Dick Engelhardt, Afdelingshoofd Infrastructuur en Ruimte van Zeeland Seaports:

Blik op het achterland

Maandag, 31 maart 2008, 00:00

Blik op het achterland

De zeehavens van Vlissingen-Oost en Terneuzen laten al jaren achtereen flink groeiende overslagcijfers zijn. Het goederentransport per spoor moet in de ogen van Dick Engelhardt, afdelingshoofd Infrastructuur en Ruimte van Zeeland Seaports, daarin mee. Met meer en betere verbindingen met het Europese achterland en vooral (milieu-) ruimte op het spoor om in capaciteit te kunnen groeien.

“Onze zeehavens zijn gelegen aan de poort van de Westerschelde. Daarmee vormen wij een belangrijke voorpost voor de havens van Antwerpen en Gent. Dat blijkt onder meer uit het feit dat steeds meer Vlaamse partners onze bijzondere positie ontdekken en bereid zijn om te investeren in nieuwe overslagfaciliteiten. Zo kunnen de Zeeuwse havens heel goed deelpartijen containers aantrekken.”

“Als havenautoriteit hebben we onszelf het doel gesteld om zoveel mogelijk ‘duurzame’ transportmogelijkheden aan te bieden. Voor zeeschepen die hier aanmeren, is overslag op de shortsea zeer goed te doen. Ook voor de binnenvaart zijn er talloze mogelijkheden. Goede derde is het spoor. De CO2-uitstoot per ton ligt namelijk een stuk lager dan bij het wegverkeer. Op spoorgebied willen we dan ook graag fors groeien. Om dat mogelijk te maken zetten we op 2 onderwerpen in: uitbreiding van de railinfrastructuur en milieumaatregelen om de geluidsoverlast van het spoorgeluid te beperken.”

Om met het eerste te beginnen, vanuit Vlissingen is het bijzonder omslachtig om de haven van Antwerpen per spoor te bereiken. Hemelsbreed een kippeneindje, maar per spoor tientallen kilometers om. Een goederenwagon die naar Antwerpen moet, gaat nu eerst 58 kilometer nutteloos naar het noorden naar rangeerterrein Kijfhoek en dan weer 58 kilometer terug richting Antwerpen. Gezien onze geografische band met Antwerpen een zeer tijdsverslindende omweg. Als we de Sloehaven – die nu gelukkig wordt gemoderniseerd - rechtstreeks op het emplacement van Antwerpen kunnen aansluiten, zou dat een enorme stimulans voor het goederenvervoer per spoor kunnen betekenen. Dan gaan de treinen na Rilland rechtsaf – via de zogenaamde  Sloeboog - en bereiken na een luttele 8 kilmeter spoor het Antwerpse emplacement. Als onze Vlaamse buren vanuit het havenemplacement een tweede ontsluiting aanleggen, liggen de spoorroutes naar Duitsland en Frankrijk voor ons open. Daarbij zou de aanleg van IJzeren Rijn voor de Zeeuwse havens zeker geen vervelende bijkomstigheid zijn.”

“Nederland was daarin nooit zo in geïnteresseerd omdat de plannenmakers in Den Haag oorspronkelijk ons mogelijke spoorpakket hadden toegekend aan de Betuweroute. Die gedachte leeft daar nog steeds, maar ik denk dat die langzaam maar zeker achterhaald raakt: er zijn al zoveel plannen om vanuit Rotterdam en Amsterdam over de Betuweroute te rijden dat die spoorlijn gauw genoeg aan zijn maximale capaciteit zit. Dan zou een railverbinding van Zeeland met Antwerpen juist de druk op de Betuweroute kunnen verlichten.”

“Als dat niet gebeurt, blijft de Brabantroute bijna ons enige alternatief naar het Europese achterland. Maar ook daar zien ze goederentreinen liever gaan dan komen. Men heeft daar de ruimte nodig voor het reizigersvervoer en bovendien speelt de milieuproblematiek ons hier parten. Iedereen weet hoe lastig het is om bestuurders ervan te overtuigen dat het externe risico van het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen - ook door stedelijk gebied – zeer klein is. De statistieken geven weliswaar het spoorvervoer gelijk, maar de politieke agenda bepaalt het beeld.”

"In Zeeland zelf hebben we met een andere milieukwestie te maken. Rond 1 januari 2009 wordt een geluidsproductieplafond ingesteld. Het duurt weliswaar tot 2012 voordat het plafond werkelijk wordt bereikt, maar onze ambitie om duurzaam transport te promoten komt hiermee wel in een ander daglicht te staan. Dan mogen de alle goederentreinen samen niet meer geluid produceren dan ooit is afgesproken. Ik blijf het vreemd vinden dat een milieuvriendelijke modaliteit op CO2-gebied, zoals de trein, op een ander milieuaspect zo stringent wordt vastgepind. Uiteraard pleiten we voor stiller materieel, voor geluidschermen en stille bruggen, maar dat is niet in een vloek en een zucht geregeld. Ondertussen loopt de snelweg A58 voller en voller en ontstaan - zeker in de zomer met alle caravans op de weg - ook hier files. Dat veroorzaakt wellicht meer milieubelasting dan het geluid van die paar extra goederentreinen per dag.”

“En als we dan toch over nieuwe railinfrastructuur spreken, weet ik zeker dat een nieuwe rechtstreekse railverbinding Axel – Zelzate aan de oostzijde van het Kanaal van Gent naar Terzeuzen, ons de mogelijkheid zou bieden om interessante, spoorgenegen gegadigden voor een overslagterminal op ontwikkellocatie Axelse Vlakte, te verleiden naar Zeeuw-Vlaanderen te komen. Kortom, als je als havenautoriteit alle transportmodaliteiten volwaardig kunt aanbieden, is dat een factor van belang voor de economische ontwikkeling van de regio. En het spoor hebben we daarbij keihard nodig.”

Dick Engelhardt

Afdelingshoofd Infrastructuur en Ruimte van Zeeland Seaports