Ir. Patrick E.M. Buck, Directeur Realisatie Betuweroute:

Even wennen: Betuwe-enthousiasme

Woensdag, 7 juli 2004, 00:00

Eervol vond ik de uitnodiging van Max Philips om een column te mogen schrijven. Meer dan 15 jaar werk ik in verschillende functies aan de Betuweroute, de grootste verandering ooit voor het goederenvervoer per spoor in Nederland en sinds 1997 als directeur realisatie. Over dit project en alles wat we hebben meegemaakt zou ik een boek kunnen schrijven en misschien doe ik dat ook nog wel een keer.

Voor een civiel ingenieur, zoals ik, is het werken aan een van de meest ingrijpende infrastructurele werken die ooit in Nederland zijn uitgevoerd een inspirerende uitdaging. Met allerlei facetten en vraagstukken die in onze samenleving een rol spelen, kom je in aanraking: techniek, landelijk en lokaal bestuur, politiek, planologie, bedrijfsvoering, economische voor- en tegenspoed, planning, ruimtelijke vormgeving en inpassing, architectuur, risicomanagement, kostenbeheersing, veiligheid, milieu, contractering, communicatie, innovatie en ik vergeet er vast nog wel een paar.. Je moet hierover of zelf besluiten nemen of ervoor zorgen dat anderen besluiten kunnen nemen. Dit intrigeert me elke dag weer, vooral als je ziet dat het resultaat heeft en we gestaag voortbouwen aan dit grote, complexe project.. We zijn nu op circa 2/3 van de bouw en over de volle lengte ligt de baan er in ruwbouwvorm, van de kop van de Maasvlakte tot de Duitse grens bij Zevenaar.

In al die jaren zijn mij ook dingen opgevallen, want de Betuweroute mag dan in mijn ogen een magistraal werk zijn om aan te werken, lang niet iedereen denkt er zo over. Het is met afstand  een van de meest verguisde projecten. Of, zoals het televisieprogramma Zembla het vorig jaar  noemde: “de nationale pispaal”. En ik zou natuurlijk hypocriet zijn, als ik nu zou opmerken dat al die negatieve aandacht in de media en ook de politiek me niet zou hebben geraakt. Als je jaar in, jaar uit met honderden gemotiveerde collega’s aan dit project werkt en telkenmale laait de discussie op of we er maar beter niet mee kunnen stoppen of dat nut en noodzaak ernstig wordt betwijfeld, dan heeft dat zijn weerslag op al die mensen. Zij lezen ook de krant en kijken ook televisie. Zelfs mijn schoonvader stelde mij de vraag: “wanneer ga je nou eens een andere baan zoeken ?” 

Tijdens een voordracht die ik in het najaar van 2003 mocht houden in het “Spoorcafé” van het Havenbedrijf Rotterdam heb ik de toehoorders de (retorische) vraag voorgelegd: “Waarom zijn de voorstanders van de Betuweroute al die jaren toch zo oorverdovend stil geweest ?”  Ik heb dit  als een gemis ervaren. Is er dan niemand die erop wijst dat de Betuweroute een rijtijdwinst voor de vervoerders oplevert van zo’n 2-2,5 uur t.o.v. de huidige rijtijd (exploitatiewinst?), dat de Brabantroute wordt ontlast (heel hard nodig voor het reizigersvervoer per spoor!), dat steden als Dordrecht, Breda, Tilburg, Eindhoven, Helmond en Venlo straks niet of nauwelijks meer goederentreinen dwars door de stad zullen kennen (milieu, veiligheid, leefbaarheid!), dat de Betuweroute geen spoorwegovergangen kent (veiligheid!) etc. etc.. En dan laat ik nog maar in het midden dat door de bundeling van de Betuweroute en de rijksweg A15 en de keuze beide hoofdaders op maaiveld te leggen een bundeling van hinderbronnen heeft plaatsgevonden, er voor het wegvervoer een veel beter A15 is ontstaan en vele gemeenten qua ontsluiting en verkeersveiligheid er sterk op zijn vooruitgegaan. Waarom heb ik al die jaren niemand dit soort argumenten  eens klip en klaar horen ventileren, vraag ik me wel eens af.

Toen begin juni Carel Robbeson van Railion tijdens de presentatie van het jaarverslag zei dat hij zat te springen om de komst van de Betuweroute, werd niet alleen ik aangenaam verrast, maar ook De Volkskrant getuige de kop “Even wennen: Betuwe-enthousiasme”.

Wij, als bouwers hebben nog zo’n 2,5 jaar te gaan tot de datum van de openstelling. Dan ligt er een moderne spoorlijn specifiek voor het goederenvervoer per spoor, die vele tientallen jaren, misschien wel meer dan honderd jaar een uitstekende conditie is voor het behoud van Nederland als handelsnatie en toegangspoort tot een langzaam éénwordend Europa. Laten wij het uit de fles gehaalde enthousiasme van Carel Robbeson vasthouden en het de komende jaren tot de opening ook uitdragen, want dat verdient dit megaproject.

Al die jaren dat ik heb mogen werken aan dit vermaledijde project, heb ik mij ook in moeilijke tijden vastgeklampt aan een uitspraak van Werner von Siemens, die in 1848 de behartigenswaardige woorden uitsprak: “ Wie vandaag geen visie heeft, heeft morgen geen toekomst”. Aan de bouwers van de Betuweroute zal het niet liggen, want die zijn daar druk mee bezig.