Hans Geurtsen, directeur Mov'on Logistics:

Geen wilde verwachtingen

Vrijdag, 31 augustus 2007, 00:00

Als directeur/eigenaar van een logistieke dienstverlener/expediteur gespecialiseerd op Oost-Europa draag ik het spoor een warm hart toe. Onze railactiviteiten vormen immers een kwart van onze omzet. Maar laten we nou geen wilde verwachtingen wekken. Het ontbreekt het spoor aan voldoende capaciteit om een aanzienlijk deel van de containers die in Rotterdam aan land komen, weg te rijden. Kijk eens naar de volumes en de omvang van de schepen: schepen van 10.000 tot 15.000 TEU zullen Rotterdam steeds vaker aandoen. Er zijn honderden treinen – goed voor 150 TEU elk – voor nodig om een serieuze deuk in zo’n pakket te slaan. En dat terwijl het waarschijnlijk lang duurt voordat de Betuweroute zijn maximale capaciteit heeft bereikt. De markt interesseert het natuurlijk niks of het nou aan bovenleiding of beveiliging ligt."

“Wat de markt wel ziet, is het feit dat spoorbeheerders en operators elkaar de vliegen proberen af te vangen in plaats van als de donder samen aan het werk te gaan om het op orde te krijgen."

"Ondertussen lees je juichende verhalen in de pers over een eerste intermodale trein tussen China en Oost-Europa. Buiten het feit dat het niet correct is – onze partners rijden als sinds 2004 een treintje van China naar Duisburg – kun je toch niet werkelijk geloven dat hiermee de druk op de containerterminals in de West-Europese havens afneemt? Wil je zo’n railverbinding hoogfrequent en rendabel maken, moet je retourlading hebben. Er is echter zo’n enorme onbalans in het containerverkeer tussen China en Europa dat het lading zoeken met een lampje wordt. Bovendien hanteert de scheepvaart zulke lage tarieven voor retourlading, dat de wagons welhaast zeker leeg terug moeten. Het kan niet uit. Punt.”

“Meer containershuttles tussen de West-Europese havens en de productielocaties in Oost-Europa, daar zit wel brood in. Maar dan moeten er onafhankelijke intermodale operators komen, die niet aan bepaalde grote spelers zijn gelieerd. Ook het spoorvervoer naar landen als Kazachstan, Oezbekistan, Tadzjikistan en Kirgizië, is goed te doen. De afstanden zijn enorm groot en de wegen daar zijn slecht. Het spoorvervoer is op deze routes dan ook veel beter geschikt dan het wegtransport.”

“Al met al ben ik toch wel bezorgd. De weinige verlichting die het spoor kán bieden, hebben we keihard nodig. Maar het vertrouwen in het spoor dat in de markt moet ontstaan, is nog ver weg: nog steeds te duur, te vaak vertragingen, onderling geharrewar en dus weinig daadkrachtig. Het spoor moet kortom ‘Rotterdamser’: geen woorden, maar daden. De modaliteit spoor heeft nog een lange weg te gaan. Dus laat ze in de pers de logistieke wereld geen worst voorhouden, die er niet is.”

Hans Geurtsen,
directeur Mov’on Logistics