Klaas Wouterlood, ELCL-bestuurslid:

“Goederenvervoer per spoor is toe aan opschaling”

Donderdag, 28 augustus 2008, 00:00

“Goederenvervoer per spoor is toe aan opschaling”

“Wil Zuid-Limburg in de komende jaren een sterke uitgangspositie behouden met betrekking tot goederenvervoer, dan is inzet van alle modaliteiten absoluut noodzakelijk”, verzekert Klaas Wouterlood, bestuurslid van ELC Limburg. “Maar kijk ik naar het spoor, dan worden de mogelijkheden daarvan onvoldoende benut. Tijd derhalve dat partijen gaan samenwerken en dat zou uitstekend kunnen binnen een railplatform.

Op initiatief van ELC Limburg, de Provincie Limburg en verladersorganisatie EVO vond eind mei een bijeenkomst plaats voor met name verladers om mee te denken en mee te praten over een nog op te richten Railplatform Zuid-Limburg. Wouterlood: “Binnen zo’n platform zouden verladers elkaar structureel kunnen treffen om te kijken naar samenwerkingsmogelijkheden. Met name ten aanzien van het collectief aanbieden van grotere massa’s goederen aan railoperators. Dat gebeurt weliswaar in toenemende mate, maar nog op té kleine schaal. Voor veel verladers is het financieel niet interessant. Ze hebben onvoldoende massa aan product of moeten te ver met goederen slepen om het bij een railoperator te kunnen aanbieden.”

Levendig
Het bestuurslid was dan ook blij met de hoge opkomst en de levendige vergadering die daarna volgde. “De noodzaak van een railplatform werd door de aanwezigen erkent en herkent, maar er was ook scepsis. Met nam ten aanzien van de flexibiliteit en de betrouwbaarheid van goederenvervoer per spoor.”

Velen deelden de visie dat een toekomst zonder een goed ontwikkeld spoorvervoer als beschikbare modaliteit niet alleen de eigen bedrijven zou schaden, “maar ook de economische ontwikkeling van de hele regio”, vertelt Wouterlood verder. ”Op basis van die visie, maar ook op de behoefte voor de korte termijn op een betere ontsluiting van de regio, was aanleiding voor een brede steun aan het platform. Dat betekent dat de initiatiefgroep verdere vorm kan gaan geven aan het plan van aanpak.”

Volgens Wouterlood is het nu zaak dat de Provincie Limburg start met het investeren in goede spoorinfrastructuur, want daar heeft Zuid-Limburg nog wel een stap in te maken. ”De provincie wil dat ook wel, maar ze hoort graag eerst vanuit het bedrijfsleven welke behoeftes er liggen en waar knooppunten wenselijk zijn voor de consolidatie en concentratie van goederenstromen. Voor de provincie is dat nu onvoldoende bekend en zichtbaar. Hier ligt dus nog een taak voor het bedrijfsleven.”

Ambities
Helemáál alleen komt het bedrijfsleven er ook weer niet voor te staan. ELC Limburg, Provincie Limburg en EVO zetten zich namelijk binnenkort aan de uitwerking van een zogeheten oprichtingsdocument Railplatform Zuid-Limburg. Daarin zullen de ambities, doelstellingen en doelgroepen nader worden benoemd. Over die ambitie wil Wouterlood nog wel een tipje van de sluier oplichten. “We willen toe naar een transformatie van goederenvervoer van en naar Zuid-Limburg via het concept van unit cargo naar het vervoer van goederen via dedicated spoorconcepten. Hierdoor wordt een hogere kwaliteit van dienstverlening gerealiseerd en kunnen efficiëntievoordelen worden behaald door het denken in logistieke ketens. Maar om uiteindelijk tot duurzame dedicated en competitieve spoorproducten te komen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zoals aan voldoende lading en het frequent kunnen aanbieden van product. Maar nogmaals... die ambitie kunnen we alleen realiseren wanneer betrokken partijen de krachten bundelen.”

EVO
Krachtenbundeling is ook wat volgens de EVO, die de belangen van zo’n 30.000 verladers behartigt, nodig is. Joris Tenhagen, beleidsadviseur binnenvaart en spoor bij EVO: “Belangrijk is dat eerst verladers de hoofden bijeen steken. Zien die synergievoordeel, dan is dát het moment om ook railoperators aan tafel te vragen. Waarom eerst verladers? Zij hebben de ladingpakketten en zij bepalen welke stromen via welke modaliteiten worden vervoerd. Door verschuiving van productie en inkomende goederen verandert de logistieke keten van verladers. Bovendien volgen deze veranderingen elkaar steeds sneller op. Logistiek ketendenken is voor hen dan ook aan de orde van de dag.

Daarmee lopen ze vooralsnog vaak vooruit op de railoperators. Door meer samenwerking, koppelen van stromen en nieuwe logistieke spoorconcepten kan veel meer per spoor worden vervoerd. Althans, dat is mijn stellige overtuiging. Het railplatform kan daarin bijdragen en de tijd voor een platform is derhalve rijp. De spoormarkt is geliberaliseerd, er komen meer spoorvervoerders en bestemmingen bij en bestaande vervoerders doen aan schaalvergroting. Kortom: er ligt een goede voedingsbodem. Mede wanneer van de bestaande infrastructuur in Zuid-Limburg optimaal gebruik wordt gemaakt. Vooral de driehoek Eijsden-Heerlen-Born biedt mogelijkheden. Daarentegen ontbreekt het aan een goede verbinding met Maastricht. Een zuidelijke aftakking naar het chemiecomplex naar Maastricht zou veel oplossen op de weg en op het spoor. Een aandachtspunt dus.”

Klaas Wouterlood, ELCL-bestuurslid