Michiel van Veen, adviseur ketenlogistiek bij FloraHolland:

"GreenRail draagt bij aan ‘mental shift’"

Woensdag, 23 december 2009, 00:00

“Bloemenveiling FloraHolland is een veiling, dus een marktplaats. De producten (bloemen en planten) zijn niet ons eigendom, maar van kwekers en kopers. Als veiling hebben we maar één doel en dat is het maximaliseren van de waarde van de producten van de kwekers. Een belangrijk middel om dat doel te bereiken is het minimaliseren van de kosten in de keten van kweker tot klant.

Met spoorvervoer kan er een aanmerkelijke kostenreductie worden bereikt. Die is niet voor alle bestemmingen dezelfde, maar voor Noord-Italië kun je zeggen dat het spoor in veel gevallen goedkoper is dan vervoer over de weg.

De eindklant vraagt van de handel zo kort mogelijke ketens. Maar voor planten maakt het in de meeste gevallen maar heel weinig uit of het iets later aankomt. De 80/20-regel is hier van toepassing. Een klein deel van de producten moet inderdaad snel op de plaats van bestemming zijn, maar bij het overgrote deel is het de vraag of die snelheid wel noodzakelijk is. Die 80 procent van de planten die naar een afzetgebied gaan waar een goede ontsluiting met het spoor is, proberen we nu op de trein te krijgen. Daarmee besparen we geld en er is een milieuvoordeel, met name voor wat betreft de uitstoot van CO2.

Spoorvervoer is ook belangrijk met het oog op de toekomst. De problemen op de weg zullen in de toekomst alleen maar toenemen. er komen steeds meer milieuheffingen, de dieselprijzen gaan omhoog en de congestie wordt erger.

Daarom hebben we binnen de sector partners bijeengezocht en zijn we het GreenRail-project begonnen. Daarbij zijn de exporteurs en logistieke dienstverleners betrokken, maar bijvoorbeeld ook kennisinstellingen als de Erasmus Universiteit en de Vrije Universiteit in een ondersteunende rol en de Landbouwuniversiteit Wageningen. Deze laatste voert testen uit om vast te stellen of er een kwaliteitsverandering optreedt bij spoorvervoer. Dit is vooralsnog niet het geval in vergelijking met het wegtransport.

Italië was een logisch startpunt. Er is voldoende afstand, de Alpen vormen een barrière voor het wegtransport en de spoorverbinding tussen Rotterdam en Milaan is een van de betrouwbaarste in Europa. Toen eenmaal bleek dat deze verbinding goed werkte, hebben we gekeken naar andere bestemmingen. In december zijn de eerste containers naar Roemenië vervoerd en dat ging heel goed. In het nieuwe jaar wordt ook Polen aan de bestemmingen toegevoegd.

Dat gaat niet vanzelf. Er is niet alleen een modal shift nodig, maar ook een mental shift, vooral bij klanten, want die zullen voor die 80 procent aan producten die over het spoor kunnen, iets eerder moeten gaan bestellen. We hebben het dan over uren, dus minder dan een dag. En bovendien gaat het vaak om producten waarvan grotendeels bekend is hoeveel ervan verkocht wordt.

We krijgen veel medewerking van onze spooroperator HUPAC. In onze samenwerking zijn informatie en communicatie belangrijk. Verse producten vragen een andere vorm van aandacht dan bijvoorbeeld massagoed. Elke dag dat een transport van een versproduct langer duurt, daalt de waarde ervan. Dat zet druk op de ketel, je kunt een container niet een dag aan de kant laten staan. Daarom willen we onmiddellijk geïnformeerd worden als er iets aan de hand is. De operator hoeft niet altijd met oplossingen te komen, daar kunnen we ook zelf in bijdragen, als we het maar weten. Maar we hebben geduld en zien een positieve houding bij de dienstverleners. Dat geeft vertrouwen om samen, spoor- en verssector, het jaar 2010 in te gaan.”

Michiel van Veen is adviseur ketenlogistiek bij FloraHolland

Voor meer columns klik hier.