Wouter van Dijk, afdelingshoofd Containers, Breakbulk & Logistics Havenbedrijf Rotterdam:

In de haven is een groot gemeenschappelijk belang

Maandag, 2 januari 2012, 10:53

In de haven is een groot gemeenschappelijk belang

‘Het Havenbedrijf Rotterdam heeft zijn visie op multimodaal vervoer helder verwoord in de Havenvisie 2030. Daarin is onder andere de verplichting opgenomen, dat het wegverkeer van en naar de Tweede Maasvlakte beperkt zal moeten blijven tot 35 procent. De rest gaat per binnenvaart en spoor. Dat is sowieso nodig om de verwachte groei op te vangen, maar er spreekt ook een duidelijke voorkeur uit voor multimodaal vervoer.

Daarom krijgen alle terminals op de Tweede Maasvlakte straks een railaansluiting, maar daarbij rijst de vraag wat logistiek gezien de juiste oplossing is. Als de treinen straks alle terminals moeten aandoen, gaat dat te lang duren.

Hoe gaan we dat oplossen? We zien verschillende opties. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld een soort common user terminal van waaruit de containers over de terminals worden verdeeld. Een andere optie kan zijn, dat de trein naar de terminal gaat waar het meest wordt geladen en gelost. De overige lading kan vandaaruit worden gedistribueerd. Zoiets is op zich nog niet eerder geprobeerd. De terminals zullen dan, samen met ons, oplossingen moeten vinden voor het regelen en verrekenen van dat transport.

We hebben als Havenbedrijf niet het idee dat we het beter weten, integendeel. Een goede oplossing kan alleen worden gevonden samen met alle partijen in de markt. Het Havenbedrijf kan als neutrale partij een open platform zijn voor zulk overleg.

Via Keyrail, waarin het Havenbedrijf Rotterdam aandeelhouder is, wordt geprobeerd structuur te geven aan de visie op multimodaal vervoer. Een belangrijk doel op dit moment is het verbeteren van de Havenspoorlijn en de Betuweroute. Vanuit Keyrail is er een aantal overleggen, van een optimalisatie van de Betuweroute tot het wegnemen van knelpunten zoals de Calandbrug.

Gegeven de huidige groei is het derde spoor in Duitsland noodzakelijk.  Daarop spelen we al een tijd in, met name richting deelstaten als Noordrijn-Westfalen en de politiek in de Bondsrepubliek. We organiseren bijeenkomsten voor parlementariërs, bijvoorbeeld in Berlijn, om aan te geven dat zo’n derde spoor niet alleen voor Rotterdam, maar ook voor het Duitse achterland heel belangrijk is. Een paar weken geleden hebben we dat nog duidelijk gemaakt aan de Duitse transportminister Peter Ramsauer.

In het verlengde van die internationale contacten bewegen we ons op Europees niveau. De spoorcorridor Rotterdam-Genua kent een aantal knelpunten zoals het derde spoor en het traject Karlsruhe-Basel. Dat is voor het Havenbedrijf een belangrijk dossier. We zijn in diverse Europese gremia vertegenwoordigd, van conferenties tot werkgroepen, met overheden, railoperators en vervoerders.

De contacten met de marktpartijen wil ik in de komende tijd uitbouwen, zodat we nog beter weten van elkaar wat we aan het doen zijn en elkaars visie goed kennen. Belangrijk is  ook bijvoorbeeld het contact met KNV Spoorgoederenvervoer. De operators hebben een dergelijke organisatie nog niet, maar het lijkt mij het overwegen waard. Het kan ertoe bijdragen dat ook de stem van de railoperators duidelijker wordt gehoord.

Ik ben een klein half jaar geleden begonnen als afdelingshoofd Logistics van het Havenbedrijf Rotterdam. Er werken hier op de afdeling vijftien mensen, die zich overwegend bezig houden met infrastructuur, processen en capaciteit, zeg maar het op orde houden van de haven. Een ander onderwerp is het achterland. We kijken of we grondposities kunnen innemen, hoewel niet operationeel. De taak die we als landlord in Rotterdam hebben, verplaatsen we naar het achterland, zodat we plaats kunnen creëren voor de bedrijven die aanwezig zijn in de Rotterdamse haven.

Verder benaderen we de partijen achter de klanten van het Havenbedrijf, zoals verladers en logistiek dienstverleners, zowel in Nederland als in Duitsland. We proberen ze bekend te maken met multimodaal vervoer. We zetten partijen rondom de tafel om te zien wat er intermodaal mogelijk is en in een volgende stap kunnen we wellicht samenwerkingsvormen faciliteren. We zouden misschien zelfs kunnen optreden als incubator voor nieuwe spoorverbindingen ten behoeve van de markt, maar dat is nog toekomstmuziek.

Er wordt mij wel eens gevraagd hoe het is om voor het Havenbedrijf te werken, na lange tijd in de markt zelf gewerkt te hebben, onder meer bij Optimodal en ECT. Het is inderdaad heel anders. Je hebt hier meer te maken met de lange termijn, maar tegelijkertijd is er een mooie samenhang met de korte termijn van de actualiteit.

In de haven heb je bovendien met heel veel stakeholders te maken. Formeel zijn er niet veel contractpartijen, maar er is wel een groot gezamenlijk belang. Dat kunnen wij als Havenbedrijf zichtbaar maken. Het is heel belangrijk om dat samen met de marktpartijen te kunnen doen. We hebben geen geheimen en zijn ook geen concurrent, want het Havenbedrijf staat wel met twee benen in de markt.’

Wouter van Dijk
Havenbedrijf Rotterdam