Paul Maas, Managing Director Wetron Transport & Logistics B.V.:

Intermodaal vervoer biedt flexibiliteit!

Woensdag, 2 oktober 2013, 16:41

Intermodaal vervoer biedt flexibiliteit!

‘Reeds in 1995 zijn wij begonnen met het aanbieden van intermodaal vervoer. Destijds nog vanuit Born naar Italië. Het betrof een initiatief van het ministerie van Verkeer & Waterstaat (nu Infrastructuur & Milieu), waarbij ook Buck Consultants was betrokken. Aanleiding voor dit initiatief was de congestie op de wegen, het beperkte laadvermogen via de weg en de problemen met de grensovergangen. Immers veel landen waren toen nog niet toegetreden tot de Schengenzone, waaronder bijvoorbeeld ook Zwitserland.

In het project waren tien wegvervoerders annex logistiek dienstverleners betrokken. Van deze tien bedrijven was Wetron nagenoeg de enige die overbleef. Het probleem was dat het spoorvervoer voor veel partijen nog te onbetrouwbaar scheen. Door de vele loc-wisselingen bij de grenzen was men bang dat de performance van het spoor niet toereikend zou zijn. Het was daardoor voor de meesten een te dure en te risicovolle investering.

Anno vandaag is er echter veel verbeterd op het spoor. Vooral de laatste jaren is de performance sterk gestegen door de inzetbaarheid van multi-courante locs, dat wil zeggen een locomotief die inzetbaar is onder verschillende voltage en veiligheidssystemen. Dit heeft er mede toe geleid dat wij steeds meer goederen per spoor vervoeren. Op dit moment kunnen wij intermodaal een performance aanbieden van maar liefst 99%. Dat is mede te danken aan TX Logistik die de tractie verzorgd voor onze eigen trein vanaf Venlo naar Melzo. Spoor is dus een zeer betrouwbare modaliteit!

Hoewel de cijfers van het UIRR over 2012 op Europese schaal een daling laten zien in het aantal vervoerde laadeenheden in het intermodale vervoer per spoor, zien wij bij ons juist een sterke toename in het intermodale vervoer. De voornaamste reden is dat wij naast betrouwbaarheid een betere prijs kunnen aanbieden dan via de weg, maar vooral ook meer flexibiliteit.

In het intermodale vervoer maken wij gebruik van zowel kraanbare megatrailers en groot volume bakken. Voordeel van de wissellaadbak bijvoorbeeld is dat deze bij de klant afgezet kan worden, zonder dat de trekkende eenheid plus chauffeur genoodzaakt zijn te wachten totdat de wissellaadbak geladen of gelost is. Wachttijden van chauffeurs worden daardoor vermeden en het rendement per kilometer wordt daarmee een stuk beter voor de trekkende eenheid.

Juist doordat wij deze flexibiliteit kunnen bieden, kiezen klanten steeds vaker voor intermodaal. Op dit moment zo’n 75-80%, waarbij door de inzet van groot volume bakken (116 m3) en megatrailers (100 m3) veel voordeel wordt behaald in het volume en tonnage. Hoewel wij zeker hinder ondervinden van Oost-Europese vervoerders, kunnen wij daarom toch goed concurreren. Die beschikken namelijk niet of zelden over volume-bakken. Bovendien kiezen wij heel bewust voor eigen equipment en lokale chauffeurs in eigen beheer. Hierdoor kunnen wij meer kwaliteit en een hogere betrouwbaarheid garanderen aan onze klanten.

De opmerkelijk groei die wij meemaken in het intermodale vervoer heeft ervoor gezorgd dat wij overwegen het aantal vertrekken van onze eigen spoordienst vanaf Venlo naar Melzo op te schroeven van 5x naar 10x per week. Hiervoor zijn wij op zoek naar collega-vervoerders waarmee wij kunnen samenwerken, zoals wij thans al doen met Jan de Rijk Logistics.

Spoorvervoer en in ons geval intermodaal vervoer heeft dus absoluut de toekomst. Toch zien wij ook enkele bedreigingen. Het spoor heeft op een aantal trajecten beperkingen in capaciteit, zoals de Brabantroute. Voor de zuidelijkste provincies van Nederland en evengoed voor Antwerpen blijft de Brabantroute echter van wezenlijk belang voor het spoorgoederenvervoer van en naar het Ruhrgebied en verder.

Ook constateren wij een relatief verouderd wagonbestand op het spoor. Dit betekent dat wagons op korte termijn worden afgeschreven. Als er niet voldoende aanwas is van nieuwe wagons ontstaat er een tekort aan rollend materieel. Bovendien gaat de ontwikkeling van nieuwe soorten laadeenheden in een dusdanig rap tempo, dat het spoor niet kan achterblijven. De spoorsector zal bijtijds in nieuwe en juiste wagons moeten voorzien, wil men de betrouwbaarheid, flexibiliteit en veiligheid van het spoor ook in de toekomst kunnen garanderen.’

Paul Maas, Managing Director Wetron Transport & Logistics B.V.