Eric van Wijngaarden en Martijn Loois, DPMC:

Kwaliteitsslag spoorgoederenvervoer noodzakelijk voor Rotterdamse Haven

Dinsdag, 27 januari 2015, 14:16

Kwaliteitsslag spoorgoederenvervoer noodzakelijk voor Rotterdamse Haven

De Plataan Management & Consultancy B.V. (per 1 januari De Boom Groep) breidt haar activiteiten uit met een nieuwe divisie dat zich gaat richten op het ‘last mile’-vervoer in en om de Rotterdamse Haven. Onder de noemer ‘Train Services’, de naam van deze nieuwe divisie, wil De Boom Groep een kwaliteitsslag slaan in het spoorhavenlogistiek en een oplossing bieden voor de bundelingsproblematiek op de Maasvlakte.

Rail Cargo information Netherlands ging op bezoek bij De Boom Groep en sprak met directeur-eigenaar Eric van Wijngaarden en COO Martijn Loois die operationeel verantwoordelijk is voor Train Services.

“Op dit moment bestaat DPMC uit een zestal verschillende divisies met elk een eigen specialisme, waaronder wagononderdelen, wagonverhuur, wagonmanagement en wagonreparatie/ revisie. De activiteiten die wij willen ontplooien met Train Services vormen een welkome aanvulling hierop”, legt Van Wijngaarden uit.

Volgens Van Wijngaarden is er veel synergie te behalen doordat de verschillende disciplines elkaar versterken. In beide richtingen welteverstaan. Loois licht dit toe aan de hand van een voorbeeld: “Een trein vanuit het achterland heeft dikwijls honderden kilometers aaneengesloten gereden, zonder te stoppen voor onderhoud-controles. Alvorens de treinen naar de terminal te slepen (last mile), vindt er bij het wisselen van de elektrische locomotief naar een diesel-loc een uitgebreide ingangscontrole plaats. Doordat wij straks alle disciplines in huis hebben, zijn wij in staat om hierin veel efficiency te realiseren. Andersom kunnen wij straks vrij eenvoudig defecte wagons direct uitrangeren, goede wagons in-rangeren en de defecte wagons wegslepen naar reparatiesporen/ werkplaatsen, zonder afhankelijk te zijn van anderen.”

Van Wijngaarden en Loois zijn van mening dat zij met hun nieuwe concept een kwaliteitsslag kunnen slaan in het spoorgoederenvervoer in, van en naar de Rotterdamse Haven. “Op dit moment scoort Rotterdam, notabene de grootste haven van Europa, negatief als het om spoorvervoer gaat. Veel vervoersstromen wijken al uit naar andere havens en dit zal tijdens de aanleg van het 3e spoor tussen Emmerich en Oberhausen alleen maar toenemen, zolang er geen kwaliteitsslag plaatsvindt. Wij geloven daarom in een onafhankelijke, neutrale aanbieder die zich enkel richt op ‘last mile’-vervoer en bereid is met alle vervoerders samen te werken.”

Op dit moment maakt Train Services nog gebruik van de licentie van vervoerder LTE, aangezien Train Services wacht op goedkeuring door ILENT. “Wij waarderen deze vorm van samenwerking en we hebben de intentie deze samenwerking ook op langere termijn te continueren, zij het dan in een andere hoedanigheid”, aldus Van Wijngaarden.

Loois verbaast zich niettemin over het gegeven dat veel vervoerders nauwelijks bereid zijn samen te werken en hun eigen diesel-loc blijven handhaven voor de last mile. “In totaal zijn er nu maar liefst 9 verschillende diesel-locs gestationeerd op de Maasvlakte, terwijl theoretisch gezien 4 of 5 locs ook toereikend zou moeten zijn.”

Ondanks deze overcapaciteit is de performance volgens beide heren ondermaats. Oorzaak hiervan zoeken Van Wijngaarden en Loois in het gegeven dat er geen 100% ‘last mile’-vervoerders meer zijn. “De huidige vervoerders die ‘last mile’-services aanbieden, hebben tevens belangen in line-haul achterlandverbindingen, waardoor aan kwaliteit is ingeboet.”

Met het nieuwe concept, waarbij Train Services meent te kunnen profiteren van de overige disciplines, wil Van Wijngaarden een kwaliteitsslag in terminalprocessen realiseren. “Terminal operators willen contractueel vastleggen dat vervoerders dienen te voldoen aan een minimumstandaard performance. Is dit niet het geval dan wordt de toegang tot de terminal ontzegd. Ons concept sluit hier naadloos op aan.”

Van Wijngaarden benadrukt dat in het onderhavige geval geen sprake is van een tenderproces, maar van een concept dat is voorgesteld aan de markt en welke Train Services ook daadwerkelijk gaat neerzetten in de markt. “Uiteraard hebben wij ons concept ook voorgesteld aan het Havenbedrijf omdat wij menen hiermee ook een oplossing te bieden voor de bundelingsproblematiek op de Maasvlakte en bij te dragen aan een oplossing voor de Derde Spoor-problematiek.”

Wat betreft de Derde Spoor-problematiek doelt Van Wijngaarden op de beperkte capaciteit die straks beschikbaar is als gevolg van buitendienststellingen. “Om de performance van de achterlandverbindingen in stand te houden, moeten de pre/last mile- bedieningen optimaal functioneren, zodat de treinen op tijd kunnen rijden.”

Andere havens, zoals Duisburg en Hamburg, hanteren het concept van een neutrale, onafhankelijke aanbieder die zich enkel focust op de interne spoorhavenlogistiek, al langer. Ongeacht of het Havenbedrijf Rotterdam hierin meegaat of niet, is Van Wijngaarden voornemens de activiteiten onder de paraplu van Train Services te ontplooien. Daarin reiken zijn ambities zelfs verder dan enkel de haven van Rotterdam. Ook Amsterdam en Antwerpen staan op de kaart. “Echter, eerst de focus op Rotterdam, daar is nog een flinke kwaliteitsslag te slaan”, aldus Van Wijngaarden.