Frans Zoetmulder, Regional Director Europe and Central Asia, Electro-Motive Diesel (EMD)::

“Locomotievenpool kan markt efficiënter maken”

Maandag, 28 juni 2010, 00:00

“Locomotievenpool kan markt efficiënter maken”

“EMD is vanouds bekend als fabrikant van de Class 66-locomotieven, zeker voor het begin van de liberalisatie van de Europese spoormarkt. Het zijn populaire locomotieven, niet alleen omdat ze bekend staan als betrouwbare werkpaarden, maar ook omdat ze in elf landen gecertificeerd zijn, door hun dieselaandrijving geen problemen hebben met de verschillende stroomleveranties in de diverse landen en als rangeerlocomotief gebruikt kunnen worden. In andere woorden een “longhaul” locomotief en een rangeerlocomotief in één.

EMD was tot zo’n vijf jaar geleden een werkmaatschappij van General Motors. In 2005 werd het bedrijf overgenomen door twee private equity maatschappijen, die het bedrijf in juni van dit jaar weer doorverkochten aan Caterpillar. Het wachten is nu nog op goedkeuring van diverse mededingingsautoriteiten. De beslissing van Caterpillar om EMD over te nemen was natuurlijk strategisch. Voor EMD is dit een goede zaak, want Caterpillar wil zeker doorgaan met EMD-locomotieven, want EMD’s portfolio past perfect in hun strategie.

Als EMD merken we dat de markt na de economische crisis weer wat aantrekt en dat er ook weer belangstelling is voor nieuwe locomotieven. Maar ook de bestaande vloot moet niet vergeten worden. Daarom heeft EMD over de laatste jaren veel tijd en moeite geïnvesteerd in het verbeteren van de “after-market services”. Full maintenance contracten sluiten wij nu af in ieder land waar de Class 66 operationeel is, en wij houden daar, waar de klant actief is, onderdelen op voorraad. Hierdoor kan de “downtime” van een locomotief tot het minimum beperkt worden.

Het vormen van een locomotievenpool zou een idee voor de operatorsmarkt kunnen zijn. Dit is in feite wat de leasemaatschappijen nu al doen, maar dan nog met contracten voor meerdere jaren. In zo’n locomotievenpool zou gewerkt kunnen worden met contracten  van enkele dagen tot enkele maanden. Op die manier zou je een stuk efficiënter moeten kunnen werken, maar dit idee levert ook een aantal vragen en uitdagingen op die beantwoord moeten worden.

Het uitgangspunt zou moeten zijn dat zo’n leasemaatschappij vergelijkbaar met een autoverhuurder, zoals Avis of Herz, moet kunnen functioneren. Dan moeten er wel goede afspraken gemaakt worden over operationele en juridische zaken, zoals bijvoorbeeld de aansprakelijkheid in het geval van een ongeluk en mogelijke gevolgschade. De kosten van de schade lossen we natuurlijk wel op via de verzekering of op een andere financiële manier, maar het echte probleem ligt bij het feit dat de locomotief tijdelijk niet inzetbaar is, terwijl die vaak zo hard nodig is. En een locomotief kan je nu eenmaal niet zo makkelijk, zoals bij Avis en Herz,  vervangen door een andere auto of truck.

Dus moeten dit soort zaken goed geregeld worden. Verzekeringtechnisch zal het niet zo eenvoudig liggen; we praten hier immers over grote risico’s.

Echter, we moeten ons realiseren dat een vervoerder in de eerste plaats bezig wil zijn met het bedienen van zijn klanten. Hij wil zijn geld verdienen met zijn core business en niet met het claimen van schade bij verzekeringsmaatschappijen of bij zijn collega’s. Hier zal dus nog wel wat water door de Maas stromen voordat we een oplossing gevonden hebben.

Maar naar mijn mening kan in Railwayland het onmogelijke, met wat goede wil, ook mogelijk gemaakt worden, zij het dat dat soms wat langer duurt. In de Rotterdamse haven bijvoorbeeld, hebben we een paar jaar geleden met de grotere operators en de RSC terminal  een onderling contract afgesloten waarin wij afspraken dat wij elkaars treinen van de terminals weg mochten slepen.

Vaak stond een inkomende containertrein voor de terminal te wachten op de locomotief van een andere vervoerder, die daar een trein moest aankoppelen die op dat moment klaar voor vertrek stond, en daarmee een los/laadpositie blokkeerde. De eerste vervoerder moest maar geduld hebben totdat er een locomotief van de andere vervoerder tijd had om de trein weg te halen. Tot op dat moment was het de regel dat je met je vingers van de trein van een andere vervoerder afbleef. Er waren allemaal beren op de weg, zoals kosten, verzekering, liability, communicatie.....  Maar na wat goede gesprekken, veel koffie en nog meer goede wil,  hebben we alle uitdagingen pragmatisch opgelost en gezamenlijk voor een verhoogde capaciteit van de terminal en  voor een verhoogde productiviteit van de vervoerders gezorgd.

Waar een wil is is een weg.”

Frans Zoetmulder

Regional Director Europe and Central Asia, Electro-Motive Diesel (EMD)