Cor Hoenders, directeur Rail Service Center Rotterdam:

Ondanks alle successen hebben we dus nog steeds een imagoprobleem.

Donderdag, 2 september 2004, 00:00

De afgelopen jaren is er in het Nederlandse railgoederenverkeer veel gebeurd. Met behulp van de Rijksoverheid is er intensief gebouwd aan de infrastructuur. In de Rotterdamse haven is dit karwei, op de elektrificatie en de Botlektunnel na, vrijwel klaar.

Het railgoederenvervoer is de laatste 10 jaar bijzonder hard gegroeid, en dat niet alleen, ook gebeurt alles veel efficiënter en effectiever. In totaal doen we momenteel 50 % tonkilometers meer met de helft van het aantal medewerkers vergeleken met 10 jaar geleden. Ook het intermodale vervoer is hard gegroeid. In 1994 werden er ongeveer 250.000 eenheden per trein van en naar de Rotterdamse haven vervoerd, dit jaar zal dat uitkomen op ongeveer 600.000 eenheden. Volgend jaar moet de 1.000.000 TEU haalbaar zijn en dat zal uitgebreid gevierd en bekend gemaakt moeten worden.  

Voor dit laatste hebben we het voorlichtingsbureau hard nodig. De meeste spoormannen en vrouwen zijn harde werkers maar we zijn heel slecht in staat om onszelf en ons product goed te verkopen. In mijn vele contacten met bestuurders, politici en klanten loop ik daar steeds weer tegen aan. Enige, nog steeds, veel gehoorde cliche’s: de Betuwe Route wordt alleen aangelegd voor de maritieme containers van en naar het Roergebied, er werken uitsluitend “ambtenaren” bij het spoor, de kwaliteit is slecht, het spoor is niet commercieel, de tarieven zijn te hoog, etc, etc. Ondanks alle successen hebben we dus nog steeds een imagoprobleem. Naast de capaciteit op de rails om verder te groeien, maar dit zal met de komst van de BR worden opgelost, is dit onze enige echte belemmering want onbekend maakt onbemind. Max en zijn team wens ik veel succes om dit probleem op te lossen. Ik weet zeker dat hij altijd een beroep kan doen op iedere spoorman of –vrouw als daar hulp bij nodig is.