Johan Willemen, commercieel directeur, en René Beuzekamp, financieel directeur RDP Services - Rotterdam:

'Opleiding kan niet zonder praktijk'

Donderdag, 28 juli 2011, 10:43

'Opleiding kan niet zonder praktijk'

‘Dit najaar bestaat het opleidingsinstituut RDP Services tien jaar. We zijn voortgekomen uit Rail Development Partners, een spoorbedrijf onder de vlag van het Havenbedrijf Rotterdam. Ons doel was om als particulier opleidingsbedrijf mee te gaan in de liberalisering van de spoorsector als geheel en om snel en flexibel mensen op te kunnen leiden op het moment dat daaraan behoefte was. Een andere reden was dat NS-Opleidingen zich helemaal ging richten op het reizigersvervoer. We hebben elkaar leren kennen bij NS Cargo en daar al met het idee gespeeld om in de opleidingensector voor onszelf te beginnen. Uiteindelijk is dat met enige externe hulp gelukt.

We bieden alle vervoersopleidingen die met rail te maken hebben, zowel vracht- als personenvervoer. Onze core business is de machinistenopleiding, maar we doen ook opleidingen voor wagenmeester, rangeerders, gevaarlijke stoffen, communicatie enzovoorts.

Een nieuwe ontwikkeling op het gebied van opleidingen is bijvoorbeeld de 3D-simulator voor de Betuweroute met ERMTS, waarin we flink hebben geïnvesteerd. Daarbij kunnen we de route zelf en de cabine projecteren. We zijn bezig met het uitbreiden van het simulatieprogramma voor het conventionele spoor met ATB. Een simulator heeft een grote toegevoegde waarde. Je kunt situaties creëren die je in het echt nooit kunt nadoen, bijvoorbeeld dat je stil komt te staan in een tunnel. Of dat er een auto op een overweg staat.

Daarmee komen we op een al wat langer bestaande ontwikkeling op het gebied van de vervoersopleidingen, namelijk het competentiegericht onderwijs. Daarbij moet de kandidaat zelf veel uitzoeken. Wij hebben daar onze vraagtekens bij. Wij houden liever het vakgericht opleiden voor ogen. Dat betekent dat je vragen beantwoordt en de praktijk naar binnen haalt, bijvoorbeeld met de simulator. Een goede mix werkt het best.

Wat de inhoud van de opleidingen betreft, zijn we gebonden aan de Spoorwegwet en het Kwalificatiedossier zoals dat is opgesteld door de Stichting Examens Railvervoer (SERV). Daar staat in aan welke eisen de kandidaten moeten voldoen. Het is overigens wel een hele goede zaak dat we tegenwoordig als opleiders allemaal met de SERV om tafel kunnen zitten om te praten over de ontwikkelingen in het railgoederenvervoer. Zo kunnen we goede examens ontwikkelen.

Ook nieuw is, dat dit najaar de beroepsopleiding voor machinisten van start gaat bij het Scheepvaart- en Transport College in Rotterdam. Die is voornamelijk bedoeld voor jongeren op mbo-niveau. Dat is niet onze primaire doelgroep. Wij leiden op voor een bredere doelgroep naar gelang de wensen van de klant. Die zoekt soms mensen tussen dertig en veertig jaar, want die zijn rustiger en niet meer zo op zoek. Bij een aantal klanten zijn we daarom ook betrokken bij werving en selectie. Daarbij speelt een rol dat er ook in de spoorsector sprake is van een zekere vergrijzing. Dat komt door reorganisaties en door het feit dat jongeren makkelijker overstappen naar een andere baan dan ouderen.

We leiden ook Duitsers en Belgen op voor het mogen rijden in Nederland en ook omgekeerd bieden wij opleidingen om daar te mogen rijden. Ze doen landelijk examen voor het verkrijgen van een bevoegdheid en vaak verwijst de Nederlandse partner van de buitenlandse vervoerder naar ons voor de opleiding.

Vanaf 1 januari 2012 zal elk opleidingsbedrijf voor het opleiden van machinisten erkend moeten zijn. Dat heeft te maken met de implementatie van de Europese richtlijn voor de opleiding van de machinist en de bedrijven die machinisten opleiden in de Nederlandse wetgeving. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu is daar druk mee bezig. Wij vinden dat een belangrijke stap naar Europese standaardisatie en internationale erkenning van de opleidingen.

We zijn al jaren bezig met het liberaliseren van de spoorsector in Europa. Je kunt standaardiseren in voertuigen, baanvakken, spoorbreedtes, bovenleidingspanningen en beveiligingssystemen, maar het allergrootste struikelblok is en blijft de Europese voertaal, want die is er gewoon niet. Wie in Duitsland wil rijden, moet de Duitse taal in woord en geschrift machtig zijn en dat geldt omgekeerd ook voor Duitsers die in Nederland willen rijden. In België kun je tot aan Brussel met het Nederlands terecht, maar voorbij Antwerpen zijn er al baanvakken waar je in staat moet zijn om in het Frans te communiceren. In scheepvaart en luchtvaart kun je overal met het Engels terecht, maar op het spoor nog niet. Toch zal dat moeten gebeuren als je echt cross-border wilt gaan rijden.’