Harry Douwes, Business Manager NedTrain:

“Rotterdam is een spannende markt voor spoorvervoer”

Woensdag, 28 april 2010, 00:00

“Rotterdam is een spannende markt voor spoorvervoer”

“De cargo business is voor NedTrain rendabel en het ziet ernaar uit dat dit zo zal blijven. We beginnen als specialist in onderhoud en service, reiniging en revisie van rollend materieel, nu net de terugslag van de crisis te voelen, maar de vooruitzichten zijn goed.

Dat is mede te danken aan de aanleg van de Tweede Maasvlakte, die nu eindelijk op gang is gekomen. Dat is een van de redenen geweest dat NedTrain een nieuwe werkplaats heeft opgezet bij Rotterdam-Waalhaven.

Daarbij komt dat er altijd de strategische discussie is over de vraag in hoeverre cargo een core business is voor NedTrain. Zo’n 94 procent van onze business is namelijk reizigersmaterieel, de rest betreft goederen. Maar zolang de business onder de NedTrain vlag blijft, richten wij ons volledig op het optimaal bedienen van onze klanten.

In 2013 zullen de eerste terminals op de Tweede Maasvlakte in gebruik worden genomen. De exploitanten daarvan hebben met de Rotterdamse haven afgesproken dat het aandeel binnenvaart en spoor van 9 naar minimaal 20 procent zal gaan. Op basis van onze gesprekken krijgen we de indruk dat dit wel 30 procent kan worden. Dat is ongeveer een verdubbeling van het aantal treinen op Rotterdam tussen 2013 en 2020 en dus ook een verdubbeling van het aantal locomotieven. Kortom, dit is en blijft een heel interessante business.

NedTrain zal de bestaande werkplaats voor onderhoud en service in Rotterdam-Feijenoord sluiten. De productiecapaciteit daar is 38.000 mensuur per jaar, aan de Waalhaven wordt dat bijna tweemaal zo veel, namelijk 70.000 mensuur. Bovendien is het terrein op de groei gekocht. Uiteindelijk kunnen we uitkomen op 140.000 mensuur. Maar dan moet het aandeel spoorvervoer wel op 35 procent uitkomen.

De nieuwe werkplaats heeft vier sporen, alle vier met een put, en per spoor kunnen we twee Class 66-locs achter elkaar zetten. Daarnaast is er nog een klein spoortje specifiek voor het reinigen, zodat de loc na het onderhoud netjes en schoon aan de vervoerder terug wordt gegeven wordt. Wij kunnen ongeveer 140 ton heffen, dus dat zijn de zwaarste loccen. In principe kunnen we de huif van een Class 66-loc eraftillen en bovenop het dak van het magazijn leggen. Verder hebben we buiten nog sporen waar het materieel van klanten kan worden geplaatst voor het afhalen en brengen. En we hebben ook de ruimte om loccen en wagens te parkeren en onderhoud aan te plegen.

Spannend aan de markt van het spoorvervoer is dat de Rotterdamse haven een natuurlijk begin- en eindpunt is. Dat maakt de locatie heel aantrekkelijk. Als operators hier gebruik maken van een wisselloc ontstaat er geen breekpunt in de route. Wanneer straks door de standaardisatie van veiligheidssystemen aan de grens niet meer van loc hoeft te worden gewisseld, krijg je lijnen die vloeiend gaan bewegen. Vervoerders kunnen er dan het belang van inzien om te kunnen doorrijden naar Rotterdam.

Er komen meer routes, meer internationale vervoerders en meer internationale loccen omdat locwisselingen niet zo heel erg meer van belang zijn. De druk op vervoerders om zo goedkoop mogelijk aan te bieden, kan ertoe leiden dat ze gaan zoeken naar de plaatsen waar ze hun onderhoud zo efficiënt mogelijk kunnen laten uitvoeren. Dat is vaak aan het begin- en eindpunt. Eventueel kun je dan kijken naar een strategische relatie. Wij hebben die al met Vossloh als bouwer en kijken ook naar mogelijkheden bij andere partijen zoals Bombardier en Siemens.

De markt voor service en onderhoud zal in de loop van dit jaar wel weer aantrekken, maar het projectgedeelte blijft achter. Het was de bedoeling dat dit werk van Tilburg naar Rotterdam zou komen, maar het neemt in heel Europa sterk af. Dat is wel een domper, ook voor het personeel.”

Harry Douwes

Business Manager NedTrain