Martijn Loois, directeur Rail4chem Benelux:

"Soap voorkomen"

Donderdag, 27 april 2006, 00:00

Terwijl alle kansen aanwezig zijn om het goederenvervoer per spoor in Nederland en Europa een flinke lift te bezorgen, rollebollen branche en overheid over elkaar heen. Daarbij voeren allerlei randverschijnselen de boventoon.

In 2005 hadden overheid, ProRail en de goederenvervoerders een week op de hei moeten gaan zitten om de kaders voor een integraal railplan voor de komende 10 à 15 jaar vast te leggen. Dan hadden we nu een antwoord gehad op de steeds maar toenemende files en de luchtverontreiniging in stedelijk gebied. Verladers willen immers maar wat graag op het spoor, maar worden afgeschrikt door het politieke gekissebis.

Tuurlijk, de komst van de Betuweroute is fantastisch. Maar dat nu nog steeds de discussie over nut en noodzaak wordt gevoerd, stuit mij flink tegen de borst. Bovendien vergeten beleidsmakers wel eens dat naast de Betuweroute ook andere goederenroutes in Nederland bijzonder belangrijk blijven om de groei van het railgoederenvervoer te kunnen faciliteren. Dankzij de Algemene Maatregel van Bestuur Capaciteit wordt de beschikbare infracapaciteit op de binnenlandse vervoersassen dramatisch minder: weggepest naar de Betuweroute, zo lijkt het. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de vertoning rondom de exploitatie van de Betuweroute, het gedoe over de spoortax, geharrewar over milieuvergunningen, de implementatie van dure beveiligingssystemen enzovoorts. Kortom, door al deze zaken in een samenhangend railplan onder te brengen hadden we deze soap kunnen voorkomen.

Ik wil heel graag af van de negatieve blik waarmee het goederenvervoer per spoor wordt bekeken. Laten we de blik richten op de bijdragen die onze branche kan leveren aan tal van maatschappelijke en zakelijke uitdagingen. Ik heb al de fileproblematiek genoemd. Maar kijk ook eens naar de steeds sterker wordende peilwisselingen in de Rijn, nog altijd de belangrijkste transportader in West-Europa. Voor verladers van met name bulkladingen een groot probleem. Zowel met laag als met hoog water zijn productielocaties niet meer met de binnenvaart te beleveren. De trein heeft daar geen last van. Zo heeft Rail4Chem in het najaar bijvoorbeeld tijdens laag water 7 dagen per week een trein gereden tussen Rotterdam en Mannheim. Een andere harde noot voor de verladers is de Maut. In eerste instantie dacht de markt dat het wel zou meevallen, maar de Maut zie je heus wel terug in de transportprijs. Grote verladers onderzoeken dan ook  serieus hoe er meer lading het spoor op kan. Belangrijk in dat kader is dat er binnen Europa een tweede partij komt – naast de traditionele spoorwegmaatschappijen – die over een compleet netwerk beschikt. Rail4Chem heeft daartoe het initiatief genomen met de oprichting van European Bulls, een alliantie van private ondernemingen zoals Rail4chem die zelf actief is in Duitsland, Zwitserland en de Benelux, Viamont in Tsjechië, LTE in Oostenrijk en Slowakije, FNC in Italië en het net gestarte Comsa in Spanje.

Dat verladers een transport bij voorkeur bij één partij onderbrengen, wordt nog eens duidelijk onderstreept door een nieuwe klant: de Japanse rederij NYK. Die benaderde Rail4Chem met de vraag of wij zonder tussenkomst van een operator, een treinenmodel konden aanbieden tussen Amsterdam, Duisburg en Rotterdam. Tweemaal per week legt een NYK-schip aan bij de Ceres-terminal in Amsterdam. Vervolgens brengen wij 3 keer per week een trein met containers naar Duisburg en halen daar exportlading weer op. Twee treinen rijden via Rotterdam naar Amsterdam, de derde trein keert rechtstreeks terug. Omdat schepen ook wel eens buiten de geplande schema’s varen – het lijken net goederentreinen – moeten wij flexibel mee kunnen veren. Maar omdat NYK de controle over alle lading op deze treinen heeft, zijn we ook in staat dat te doen, juist omdat we geen rekening hoeven te houden met andere klanten zoals operators dat wel moeten. Naast dit nieuwe containervervoer, proberen we ook bij andere segmenten ons steeds vaker te laten zien. Er is genoeg potentieel, er zijn vervoerders die graag willen... dus waar wachten we nog op Den Haag?”

Martijn Loois

directeur Rail4Chem Benelux