Intermodaal vervoer is duurzame koploper

Bron: Rail Cargo

Dinsdag, 29 november 2011

Intermodaal vervoer is duurzame koploper

Intermodaal vervoer biedt veel mogelijkheden, zeker als duurzame transportvorm, maar de sector moet dat beter laten zien. Er valt nog een wereld te winnen. Dit was de slotconclusie van het congres ‘Holland Intermodaal 2011, CO2modaal’, gehouden op 22 november 2011 in het Delta Hotel in Vlaardingen, en georganiseerd door Voorlichtingsbureau Shortsea Shipping, Rail Cargo information Netherlands en Bureau Voorlichting Binnenvaart.

Het was aan Pieter Hofstra, voorzitter van Rail Cargo information Netherlands, om het openingswoord te spreken. “Wat willen we bereiken? Bereikbaarheid, veiligheid, verkleining van de milieudruk en kostenbeheersing. Verladers en vervoerders zouden in staat moeten zijn objectief te zijn. We moeten daarom alternatieve vervoerswijzen promoten.”

Dagvoorzitter Maarten van Biezen, teamleider Mobiliteit & Ruimte bij de stichting Natuur en Milieu, liet zien dat intermodaal vervoer – juist door zijn duurzame karakter - de wind in de zeilen heeft. Hij verwees onder meer naar het Witboek van de Europese Commissie. Daarin staat dat in 2020 meer goederenvervoer per spoor en binnenvaart moet plaatsvinden. Andere sprekers wezen op het Stream-rapport van CE Delft. Dat toont aan dat spoor en binnenvaart aantoonbaar minder CO2 uitstoten dan het wegvervoer. Van Biezen gaf de sector de tip zich meer als duurzame koploper te profileren. Ook adviseerde hij de bezoekers te anticiperen op de toenemende duurzaamheidseisen van klanten.

Tijdens het drukbezochte congres konden de bezoekers actief participeren door via sms te reageren op stellingen die Van Biezen poneerde. Zo bleek onder meer dat het publiek vooral bestond uit verladers en logistieke dienstverleners en dat was precies wat de organisatoren graag wilden. Ook kwam uit de stellingen naar voren dat de transportkeuze nog steeds grotendeels wordt bepaald door de prijs en slechts in kleine mate door het argument duurzaamheid. Slechts 8,2 procent van de aanwezigen koos duurzaamheid als doorslaggevend argument. Daarentegen geloofde de meerderheid wel dat een groen keurmerk een concurrentievoordeel is voor bedrijven.

De organisatie had 3 sprekers uitgenodigd om praktijkvoorbeelden te laten zien van intermodaal vervoer. Feike Molema, business unit directeur bij H&S Logistic Services, vertelde enthousiast over de treindienst die zijn bedrijf heeft opgezet tussen Coevorden en Duitsland. Jan Goijaarts, logistiek manager bij Mars Snackfood, onthulde dat zijn bedrijf op het punt staat een paar experimenten te beginnen met vervoer per binnenvaart. Mark Haverlach, tot voor kort European Distribution manager bij InterfaceFLOR, vertelde dat zijn bedrijf binnenkort weer gebruik gaat maken van shortsea.

Een van de vragen was wie nu verantwoordelijk is voor de modaliteitskeuze en of verladers open staan voor alternatieve vervoerswijzen. Een ruime meerderheid van de zaal wees de verlader aan als de beslisser. Molema reageerde: “Het is een wisselwerking tussen logistiek manager en logistieke dienstverlener. Je moet zelf oplossingen aandragen en de klant ervan proberen te overtuigen dat er andere mogelijkheden zijn.” Goijaarts van Mars respondeerde: “Als een logistieke dienstverlener het juiste pakket komt aanbieden, dan laten wij ons graag overtuigen.”

Duidelijk werd tijdens de bijeenkomst dat intermodaal vervoer nog niet zichtbaar genoeg is als duurzaam alternatief en er ondanks alle initiatieven te weinig informatie over beschikbaar is. Het Havenbedrijf Rotterdam probeert daar iets aan te doen met de recente lancering van InlandLinks, een website met een overzicht van de inlandterminals. Dat bracht dagvoorzitter Maarten van Biezen tot de slotconclusie: “Er kan heel veel, maar je moet het laten zien.”