Spoor is al een veilige modaliteit, maar kan innovatie goed gebruiken

Bron: Rail Cargo information Netherlands

Donderdag, 3 december 2015

Spoor is al een veilige modaliteit, maar kan innovatie goed gebruiken

“Hoewel het spoor verhoudingsgewijs een zeer veilige modaliteit is, kan de sector niet achterover leunen. Zowel de politiek als de samenleving eisen 100% veiligheid.” Dat zei Macco Korteweg Maris, beleidsmedewerker (transport)veiligheid bij het VNCI, tijdens het recent gehouden Spoorcafé in Rotterdam.

Korteweg Maris gaf in zijn gastlezing te kennen dat het spoorgoederenvervoer van groot (strategisch) belang is voor de chemische industrie. Binnen Europa wordt circa 9% van alle chemietransporten via het spoor afgelegd. In Nederland ligt dat aanzienlijk lager, circa 2-5%, omdat ook een groot deel via de binnenvaart wordt afgehandeld. “Veiligheid en innovatie zijn in het spoorvervoer een must. Niet zozeer omdat het imago van de chemiesector onder druk staat in de media, maar vooral omdat het maatschappelijk verantwoord moet blijven”, aldus Korteweg Maris.

Volgens Korteweg Maris was er aanvankelijk enige weerstand vanuit de sector tegen het invoeren van additionele maatregelen, zoals het convenant ‘warme BLEVE vrij’ uit 2012, maar deze blijken nu trendsettend te zijn. Ditzelfde zien we met het programma IGS (Informatie Gevaarlijke Stoffen). “Ook met de regulering omtrent Basisnet is Nederland een voorbeeld voor andere landen in Europa”.

Dit betekent niet dat het spoor achterover kan leunen. “Het is niet de bedoeling dat het spoor zich afzet tegenover andere modaliteiten, maar juist zelf innoveert.” Daarmee doelt Korteweg Maris op een reactie van Allianz-Pro-Schiene op de toelating van LZV’s op de Duitse autowegen, hetgeen volgens de Duitse lobbyclub een modal shift van het spoor naar de weg zou stimuleren met als gevolg meer CO2-uitstoot.

Het spoor loopt op het gebied van innovatie te ver achter op andere modaliteiten vindt Korteweg Maris. “Nog altijd krijgen wij klachten uit onze achterban dat wagons voor een paar dagen kwijt zijn en daarom rusten wij ze zelf maar uit met GPS. In het wegvervoer is dat ondenkbaar.” Volgens Korteweg Maris wordt er bovendien met teveel verschillende soorten systemen gewerkt: “ATB, ATB VV en ERTMS voor veiligheid en ISVL, OVGS en Wagenlijst voor de ladinginformatie. Dat maakt de complexiteit des te groter.”

Tenslotte noemde Korteweg Maris dat, gelet op de intensiteit waarmee het Nederlandse spoornetwerk benut wordt en de invoering van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS), processen minimaal verstoord moeten worden om het veiligheidsniveau naar een nog hoger niveau te brengen. “Operators en vervoerders moeten strenger worden tegenover hun klanten en meer conform spoorboekje gaan rijden. Dit verkleint het risico op eventuele calamiteiten. Ook tussen de chemische clusters moet daarvoor ook altijd minimaal ATB-vv of ERTMS aangebracht zijn.”

Aansluitend ging Saskia Tooten, Programmamanager IGS bij ProRail, in op de invoering van het systeem Informatie Gevaarlijke Stoffen (IGS). Uit het rapport van de RID in 2014 blijkt dat reeds 97% van alle wagons worden geregistreerd. Niettemin is er volgens Tooten nog winst te behalen. “De media eist immers 100%.” Die winst is volgens Tooten te behalen wanneer alle vervoerders meewerken aan de input van het systeem. “De input van vervoerders is cruciaal voor de betrouwbaarheid van het systeem.”