Spoorcongres 2016: nieuwe markten op het spoor

Bron: Nieuwsblad Transport

Woensdag, 1 juni 2016

Spoorcongres 2016: nieuwe markten op het spoor

De traditionele markten voor het goederenvervoer per spoor worden kleiner. Het wordt tijd om nieuwe markten en partners te zoeken. Dit was een belangrijke conclusie van het congres ‘Sporen door Europa’ dat op 19 mei plaatsvond bij het Scheepvaart & Transport College (STC) in Rotterdam. Het congres werd voor de tweede keer georganiseerd door Rail Cargo information Netherlands in samenwerking met EVO, Fenex en TLN. 

Arjen van Klink, senior adviseur Strategie en Innovatie van de Rabobank, wond er geen doekjes om tijdens het spoorcongres. De spoorsector zal er harder aan moeten trekken, want de tijden veranderen. De economie trekt weliswaar weer aan, maar is nog niet helemaal terug op koers. Er liggen bedreigingen op de loer, zoals de groeivertraging in China en een afnemend groeitempo in de wereldhandel. Ook is nog onduidelijk wat nieuwe technologie daadwerkelijk toevoegt aan economische ontwikkeling. De economische groeicijfers zoals we die gewend waren, komen niet meer terug, betoogde Van Klink. Hij wees op trends als duurzaamheid, consumenten die koopbewuster zijn geworden en de opkomst van de deeleconomie (van bijvoorbeeld auto’s).

Voor het goederenvervoer betekent dat minder massa, minder grondstoffen, meer verscheidenheid en meer flexibiliteit. De traditionele markten voor het spoor stagneren en het is tijd om nieuwe markten en partners te zoeken. In plaats van bestaande vaste lijnen van a naar b moeten vervoerders en logistiek dienstverleners meer in termen van netwerken gaan denken. Complete treinladingen veranderen in deelladingen. Aan de andere kant zag de adviseur ook nieuwe kansen voor het railtransport. Multinationals verplaatsen productielocaties van het Verre Oosten naar Oost-Europa en daar kan het spoor van profiteren.

Derde spoor
Steven Lak, toekomstig voorzitter van de EVO, sprak eveneens over de verschillende kanten van een medaille. Zo hekelde Lak de stijging van de gebruiksvergoeding, veroorzaakt door het besluit van de Autoriteit Consument en Markt dat ProRail de heffing anders moet verdelen over de verschillende vervoerders op het Nederlandse spoorwegnet. Mooi dat het ministerie een compensatie van 3 miljoen euro geeft en daardoor de tarieven niet met 40 maar met 20% stijgen, het blijft toch een verhoging van 20%. Hij waarschuwde er ook voor niet alles te willen. Niet overal corridors creëren, maar beperk het tot de meest kansrijke. Niet zoals het huidige mainportbeleid, waarbij wordt ingezet op mainports en tegelijkertijd alle havens financieel worden ondersteund, stelde de spreker. 

Corridors
Corridors, daar was het eigenlijk om te doen tijdens dit congres met de naam ‘Sporen door Europa’. Aan de orde waren de trans-Europese netwerken met als onderdeel tien spoorcorridors, waarvan er drie Rotterdam als begin- en eindpunt hebben. Vooruitlopend op de TEN-T dagen in juni in Rotterdam, waar Europese en nationele overheden en vervoerders zich zullen buigen over de transportnetwerken, kwam de voortgang van de Nederlandse corridors richting Italië, Frankrijk/ Spanje en Polen ter sprake. 

Guus de Mol, namens ProRail betrokken bij de ontwikkeling daarvan, legde uit waarom dat niet zo snel verloopt. Overheden en infrastructuurbeheerders, van oudsher nationaal georiënteerd, moeten opeens internationaal gaan denken en dat blijkt een hele omschakeling. Duurt het nu nog enkele maanden eer vervoerders ruimte op het spoorwegnet krijgen toegewezen, over twee jaar moeten klanten binnen drie tot vijf dagen een dienstregeling op de corridors kunnen krijgen.

Oproep
Het gaat allemaal langzaam, maar er zit progressie in, vertelde De Mol. Zo worden per 1 juli de taaleisen voor machinisten versimpeld, zodat ze niet de taal van ieder land waar ze rijden perfect hoeven te spreken maar afdoende om er hun werk te kunnen doen. De Mol benadrukte dat de infrastructuurmanagers constant druk uitoefenen op overheden om ze te bewegen tot veranderingen. Hij vroeg daarbij om hulp van de aanwezige vervoerders en verladers. ‘Laat je stem horen. Wij kunnen dingen doen, maar we kunnen het niet alleen.’ Eerder had Steven Lak de aanwezigen ook al opgeroepen politici te voorzien van concrete voorbeelden om het effect van beleidsmaatregelen duidelijk te maken. ‘Daar vragen politici om.’

Ambivalentie
Een terugkerend motief tijdens het congres was de ambivalentie van veel maatregelen. Snellere treinen? Graag, maar de energierekening schiet omhoog bij hogere snelheden. Langere treinen: daarmee wordt het vervoer kosteneffectiever, maar de trend is dat de grote goederenstromen kleiner worden. Dat vraagt om treinen met een hoge frequentie in netwerken in plaats van lange treinen op vaste lijnen. Voortbordurend op de netwerk- en ketengedachte hield Joris Tenhagen, directeur Business Development bij Seacon Logistics, de vervoerders daarom voor: ‘Besef dat je maar een schakeltje bent. Kijk ook even naar voren en naar achteren.’

Spoormannen van het jaar
"Dit jaar is er niet één spoorman van het jaar, maar zelfs twee." Aan het slot van het spoorcongres kregen de broers Mark en Julian Remie van Raillogix en RailRelease samen de onderscheiding uit handen van Pieter Hofstra, voorzitter van Rail Cargo information Netherlands en oud-Tweede Kamerlid voor de VVD. Het bestuur van het promotiebureau voor spoorgoederenvervoer had elf nominaties binnengekregen voor de eretitel. De gebroeders Remie werden uitverkoren voor de innovatieve manier waarop zij met spoor bezig zijn en de daadwerkelijke toepassing daarvan in de praktijk, in de woorden van Hofstra.

Het bedrijf RailRelease van de broers richt zich op de flexibele verhuur en verkoop van wagons. Normaliter worden in deze markt langdurige contracten afgesloten, maar de Remies voorzien in de meer korte termijn behoefte. Hetzelfde principe gaat op voor hun bedrijf Raillogix dat spoortransport flexibeler probeert aan te bieden; niet de meerjarige contracten voor vaste lijndiensten, maar juist de ad-hoc en ‘spottransporten’. Raillogix is begonnen in 2008 met vervoer op Midden-Europa en rijdt nu in 23 landen.