Trein heeft toekomst voor sierteeltvervoer

Bron: VGB

Maandag, 7 april 2014

Trein heeft toekomst voor sierteeltvervoer

Treinvervoer van bloemen en planten heeft de toekomst, mits er de wil en meer samenwerking tussen partijen komt. Die boodschap klonk woensdag 2 april tijdens het drukbezochte Railseminar sierteeltsector 2014, georganiseerd door de coöperatieve bloemenveiling FloraHolland en de brancheorganisatie voor de groothandel in bloemen en planten VGB. De brancheorganisatie bracht verslag uit van het seminar.

"In railvervoer werken FloraHolland en de organisatie van handelaren goed samen", zei dagvoorzitter en manager VGB Trade Services Anton Bril. Vervoer per vrachtwagen wordt steeds moeilijker, constateerden logistieke dienstverleners en exporteurs. Files, extra belastingen, tolwegen, stijgende dieselprijs en toenemende concurrentie uit lage lonen landen, maken naar hun mening andere transportmodaliteiten noodzakelijk.

"Nederland heeft alternatieven nodig om zijn positie op de internationale markt te behouden", zei Edwin Wenink van FloraHolland. Veel buitenlandse importeurs halen nu zélf hun bloemen en planten. In Nederland óf elders. “Het echte probleem is dat straks niet meer onze exporteurs, maar buitenlandse importeurs de scepter zwaaien. Ons cluster staat onder druk en de vraag is of wij de ideale draaischijf blijven, als we onze transportkosten niet omlaag brengen”.

Wil en samenwerking noodzakelijk
Hoewel de mogelijkheden er zijn, ontwikkelt treintransport zich trager dan initiatiefnemers zouden wensen. “Als wij niet snel tot spoor overgaan, verliezen wij markt”, zei een exporteur. Hij en anderen drongen aan op samenwerking binnen de sector. Treinvervoer is dikwijls ook een kwestie van ‘onthaasten’, bijvoorbeeld door een dag eerder in te kopen en op basis daarvan transport te plannen. Al betoogde Michiel van Paasen van plantenexporteur Vida Verde dat de mogelijkheden daarvoor per klantenkring verschilt.

Meer volume maakt treinvervoer efficiënter en goedkoper. Volume moet gebundeld worden om de trein zo vol mogelijk te krijgen, zowel heen als terug. Samenwerking tussen verladers, zowel binnen de sierteeltsector als met die in andere branches is hiervoor nodig. Daarvan is nog weinig sprake, constateerde directeur Sebastiaan Scholte van transportbedrijf Jan de Rijk, dat samen met een groep handelaren vier jaar geleden vervoer per trein naar Milaan startte. "Van het toen beloofde vrachtaanbod werd minder dan de helft gerealiseerd", zei hij. Terwijl de betrouwbaarheid van het opgezette vervoer volgens Scholte bijna 100% is. “Wij zouden graag meer planten en bloemen per trein vervoeren”.

Ook naar Milaan startte in maart Herik Rail, onderdeel van Herik Cargo, een treinshuttle. Dat bedrijf heeft eigen treinen en terminals, waar dag en nacht kan worden aangeleverd, en rijdt volgens directeur Gerard-Jan van den Herik in 21 uur van Amsterdam naar Milaan, via de Alpen. “Wij hebben de trein nodig, maar de wil moet er zijn om intermodaal vervoer op de rit te krijgen.”

Bestaande en nieuwe initiatieven Spanje
Naar Milaan kwam al geregeld spoortransport van planten op gang, maar er zijn nieuwe initiatieven op het traject naar Spanje. FloraHolland overlegt met andere partijen om voor groente- en fruitexport gebruikte treinen uit dat land, terug te laten rijden met bloemen en planten. Volgens Christo van der Meer van FloraHolland kan in oktober de eerste trein met sierteeltproducten naar Valencia rijden.

Sterk op Spanje georiënteerd is nu al Lamers Transport, een bedrijf dat trailers naar de trein brengt, daar de truck ontkoppelt, waarna bij aankomst een andere motorwagen de lading verder brengt. Met die zogenoemde LorryRail zijn nu al zo’n 70 transporten met planten naar Spanje georganiseerd. Behalve doorgaans goedkoper, is treinvervoer door minder C02-uitstoot ook milieuvriendelijker. Maar in de praktijk vragen exporteurs en hun klanten vooral om goed, goedkoop en betrouwbaar vervoer, constateerde Anneke Lamers van het gelijknamige vervoersbedrijf.

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door BGS subsidie van Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu