Waardedichtheid en transittijden belangrijke parameters in modaliteitskeuze

Bron: Rail Cargo information Netherlands

Donderdag, 19 februari 2015

Waardedichtheid en transittijden belangrijke parameters in modaliteitskeuze

“Een expediteur streeft continue naar het optimaliseren van de modaliteitskeuze, waarbij de waarde-dichtheid van het product en de transit time van de desbetreffende modaliteit doorslaggevend zijn”. Dit zei Johan Nanninga, Executive Vice-President Overseas bij Gefco, tijdens het drukbezochte Spoorcafé vorige week donderdag in Rotterdam.

Namens Gefco ging Nanninga in op de intercontinentale vervoersstromen tussen China en Europa en v.v. Daarbij maakte Nanninga een kostenvergelijk tussen de verschillende modaliteiten deepsea, spoor en luchtvracht. “Nog altijd zijn de kosten primair doorslaggevend, maar duurzaamheid wordt steeds belangrijker. De totale integrale logistieke kosten worden bepaald door enerzijds de waarde-dichtheid en anderzijds de transit time van de desbetreffende modaliteit.” Daarnaast noemde Nanninga ook de wijze waarop de supply chain is ingericht bepalend voor de uiteindelijke modaliteitskeuze. “Vervoersstromen en productielocaties veranderen van dag tot dag. Het blijft dus continue zoeken naar de optimale modaliteitenmix.”

Voorts constateert Nanninga dat als gevolg van slow steaming, consolidatie en toeslagen de betrouwbaarheid in de deepsea onder druk staat. Dit is volgens Nanninga ten gunste van het spoor. Daarentegen zijn er in de opinie van Nanninga voldoende innovaties te bedenken voor het spoor, zoals dezelfde spoorbreedte, uniforme documentatie en de inzetbaarheid van reefers. “Wat mij tevens opvalt is dat het spoor nog altijd moeite heeft om grote fluctuaties in het ladingaanbod op te vangen. Daar liggen zeker nog grote kansen voor het grijpen”, aldus Nanninga.

Aansluitend ging Frank Schuhholz in de hoedanigheid van Vice- President bij de European Rail Freight Association (ERFA) in op de rol die ERFA vervult in het Europees spoorgoederenvervoer. Naast het bevorderen van een competitieve en vrij toegankelijke markt, maakt ERFA zich ook sterk voor het integreren van het 4e Spoorwegpakket en het succesvol implementeren van de zogeheten TEN-T Corridors. Schuhholz noemde daarbij onder andere de maximale treinlengte en uniforme veiligheidssystemen (ERTMS).

Daarnaast kaart ERFA misstanden aan in Brussel. “In voorkomende gevallen krijgen bepaalde vervoerders met licentie geen of beperkt toegang tot bepaalde locaties in sommige landen. In dat geval maken wij daar melding van bij de Europese toezichthouder”, aldus Schuhholz.

In zijn presentatie gaf Schuhholz aan dat ERFA ook bedrijven support verleent bij lastige subsidietrajecten. Hij noemde als voorbeeld de subsidies die nodig zijn met betrekking tot geluidsreductie. “Er zijn steeds meer actievoerders die zich verzetten tegen geluidshinder. Als we niet oppassen ontstaan nacht-restricties, zoals ook het geval bij diverse luchthavens. Dergelijke restricties kunnen de concurrentiepositie en daarmee het bestaansrecht van het spoorgoederenvervoer ernstig bedreigen. Daarom helpen we marktpartijen graag op weg om broodnodige subsidie te verkrijgen ten behoeve van geluidsarme treinen.”