Karakteristieken spoorvervoer

Het railtransport heeft specifieke kenmerken. Deze bepalen de mogelijkheden en onmogelijkheden van het transport.

Geleid systeem
Het belangrijkste kenmerk van railvervoer is dat het een geleid systeem is. De treinen moeten over spoorbanen rijden. Deze worden gevormd door twee evenwijdige stalen staven (rails). Deze zijn vastgezet op dwarsliggers (bielzen geheten). Veel spoorbanen zijn voorzien van elektriciteit en hebben daarom een bovenleiding voor de geleiding van stroom naar de locomotieven. Er bestaan ook locomotieven die op diesel rijden.

Toewijzing ruimte
Treinen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van spoorrails en dat betekent dat ze niet overal kunnen rijden. Dit in tegenstelling tot de vrachtwagen. Ook brengt de beperktheid van het aantal spoorbanen met zich mee dat het spoorwegnet niet vrij toegankelijk is. Vervoerders kunnen niet zomaar de spoorbaan betreden. Er is een beheerder die de verschillende vervoerders ruimte (een treinpad in vakjargon) toewijst.

Materieel
Een trein bestaat uit een locomotief die verschillende wagons trekt. Het materieel is heel gevarieerd, al naar gelang het type lading. Zo zijn er bijvoorbeeld ketelwagons voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en draagwagens waarop containers worden geplaatst.

Lengte en gewicht treinen
In Nederland hebben de treinen een lengte van maximaal 650 meter. Die lengte heeft te maken met het spoorwegnet. Een goederentrein moet soms even van de hoofdspoorbaan af om een (snellere) reizigerstrein te laten passeren. Op zo’n wachtspoor passen slechts treinen van 650 meter lang. Een locomotief kan maximaal 46 wagons slepen met een totaalgewicht van 4.680 ton.  Ter vergelijking, in een vrachtwagen kan maximaal 25 ton lading.

Internationale verschillen
In Europa bestaan er grote verschillen tussen de spoorwegnetwerken. De netspanning en veiligheidssystemen zijn vaak niet hetzelfde. Ook verschilt soms de breedte van de spoorbanen. Spanje en Rusland bijvoorbeeld kennen een afwijkende spoorbreedte. Door die verschillen moeten treinen aan de landsgrenzen vaak wisselen van locomotief en machinist. De spoorwegondernemingen en de politiek proberen deze inefficiëntie weg te nemen. De industrie heeft locomotieven gebouwd die op diverse netspanningen kunnen rijden. Ook is er een Europees veiligheidsysteem ontwikkeld. Daarvan is bijvoorbeeld de Betuweroute voorzien. Het is de bedoeling dat er uiteindelijk één systeem in de gehele Europese Unie komt.