Soorten spoorvervoer

Het railgoederenvervoer kent drie verschillende vervoersconcepten. Het is afhankelijk van de lading welk concept de vervoerder kiest. De belangrijkste goederenstromen zijn bulk, stukgoed en containers.
Voorbeelden van bulklading zijn kolen, erts, kunstmest en vloeibare chemische stoffen. Het containertransport is onder te verdelen in maritieme en continentale lading. De maritieme containers komen van het zeeschip af. Continentale lading is afkomstig van een klant op het vaste land.

Intermodaal vervoer
Het intermodale vervoer met shuttletreinen heeft een hoge vlucht genomen de laatste jaren. Belangrijkste kenmerk is dat er meerdere vervoerswijzen (modaliteiten) bij betrokken zijn.  Maritieme containers worden met kranen van een schip gehaald. Op een overslagterminal worden de containers overgeheveld op draagwagens die samen met de locomotief de trein vormen. Bij continentale lading gaan de ‘boxen’ over de weg naar de terminal. Meestal zijn de containers afkomstig van verschillende klanten (rederijen of wegvervoerders). Het vervoer per spoor is altijd van terminal naar terminal. Een vrachtwagen brengt de container naar de eindafnemer. Kenmerk van het shuttleverkeer is dat de treinen naar vaste bestemmingen rijden met vaste vertrek- en aankomsttijden.

Bloktreinen/volledige treinlading
Een bloktrein is een complete trein die voor één klant rijdt. Zo’n klant heeft vaak een eigen spooraansluiting. Bij het bedrijf worden wagons geladen. Die vormen gezamenlijk een complete trein die rechtstreeks naar de afnemer rijdt. Die afnemer heeft meestal ook een eigen spooraansluiting.
Dit vervoersconcept wordt vaak ingezet voor het regelmatige vervoer van bulklading, zoals erts, kolen, auto’s of chemische producten. Voorbeelden van bloktreinen zijn onder meer de ertstreinen van EMO in Rotterdam naar het Duitse Saarland en de treinen van DSM tussen Geleen en IJmuiden.

Wagenladingverkeer
Bij wagenladingverkeer bestaat de trein uit wagons met lading van verschillende klanten. Dit concept is geschikt voor producenten die te weinig lading hebben voor een complete trein. Als die bedrijven een eigen spooraansluiting hebben, brengt de spoorvervoerder een aantal lege wagons bij het bedrijf. Als die zijn gevuld, brengt de vervoerder ze naar een rangeerterrein. Daar worden de verschillende losse wagons samengesteld tot één trein die naar een bepaalde bestemming rijdt. Heeft de producent of de afnemer geen railaansluiting, dan kan een vrachtwagen de lading naar een openbare laad- en losplaats rijden en het daar overslaan in de wagons of vice versa. Andere termen voor wagenladingverkeer zijn unit cargo en bonte treinen. Dit verkeer kan zowel ad hoc als in regelmatige diensten plaatsvinden.