Locomotieven

De in Nederland toegelaten spoorvervoerders gebruiken verschillende typen loco16 4 rrfmotieven. Er zijn diesellocomotieven en - doorgaans sterkere - elektrische locomotieven. De diesels zijn wat flexibeler in te zetten omdat ze niet afhankelijk zijn van de bovenleiding die niet overal aanwezig is. Zo zijn spooraansluitingen bij bedrijven vrijwel nooit voorzien van bovenleiding. Ook op terminals is een bovenleiding onhandig omdat dit de overslag van de containers in de weg kan staan. De oudere typen locomotieven zijn veelal uitsluitend geschikt om op het Nederlandse net te rijden. Deze kunnen niet de grens over omdat zij de andere netspanning én andere veiligheidssystemen in Duitsland en België niet aankunnen. Om dit probleem te omzeilen worden steeds meer bi-courante (geschikt voor twee landen) of multi-courante (geschikt voor meerdere landen) locomotieven aangeschaft. Ook bestaande locomotieven kunnen worden uitgerust met meerdere veiligheidssystemen.

ers e locomotiefDe laatste jaren is een leasetrend zichtbaar. Dankzij een leaseconstructie wordt de drempel voor bedrijven verlaagd om een spoorwegonderneming te starten. De grote producenten van spoorwegmaterieel hebben daarom aparte leasemaatschappijen opgericht. Bekende leasebedrijven zijn Alpha Trains, Beacon Rail,  Mitsui Rail Capital Europe (MRCE), CB Rail en Railpool. Het lease-aanbod is sterk veranderd. Er wordt in toenemende mate gewerkt met flexibele contracten. De leasecondities varieren van een kale lease tot een full service lease waarbij ook onderhoud en reparatie is inbegrepen. Het is zelfs mogelijk om vrijgekomen lease-capaciteit door te leasen aan andere partijen die tijdelijk om capaciteit verlegen zitten. Door leasing kan de railgoederenvervoer veel meer balans brengen tussen het aantal orders en de beschikbare capaciteit aan materieel.

De toegenomen flexibiliteit in de loc-markt maakt het niet altijd evident wie welke trein rijdt. In het verleden had iedere vervoerder zijn eigen locomotieven in eigen bedrijfskleuren. Tegenwoordig zien we allerlei varianten opkomen, die vaak tijdelijk van aard zijn. Zo is het mogelijk dat een railgoederenvervoerder tijdelijk een locomotief gebruikt van zijn concurrent als hij capaciteit tekort komt. Het is ook mogelijk dat een locomotief wordt gehuurd bij een buitenlandse spoorvervoerder die in Nederland niet erkend is. De locomotief mag hier dan toch rijden, maar onder de vergunning van de in Nederland toegelaten railgoederenvervoerder. Uiteraard moet het type locomotief hier wel toegelaten zijn.