Kostenefficiënt

bulkwagons

Bij kostenefficiënt dient de koppeling gemaakt te worden met de gewenste snelheid van het transport en de waardedichtheid van de te vervoeren goederen. Als sprake is van goederen met een relatief lage waardedichtheid, zijn de transportkosten van doorslaggevend belang en wordt er gekeken naar schaalgrootte. Spoor is dan een zeer geschikte modaliteit. Bij een trein neem je immers meer laadeenheden mee en worden de totale transportkosten over een groter aantal eenheden verspreid. In het bulkvervoer (wagenlading en full train load) is de prijs per ton een belangrijke graadmeter en in het intermodale vervoer de prijs per TEU. Ook de snelheid is bij laagwaardige lading van ondergeschikt belang, vanwege het relatief geringe aandeel van de 3 R’s (rente, ruimte, risico) in de totale supply chain kosten.

Kortere afstanden

Van oudsher is spoor altijd rendabel geweest op middellange afstanden, waarbij het bulkverkeer meer oost-west gaat en het intermodale verkeer meer noord-zuid, vooral naar Italië. Dit laatste heeft te maken met de Alpenpassage dat veel oponthoud en beperkingen geeft in het wegvervoer. Desondanks is de tendens dat de afstanden steeds korter worden. Betrokken partijen, zowel railgoederenvervoerders als verladers, denken steeds meer mee in het optimaal inzetten van de middelen. Dit heeft ertoe geleid dat ook op relatief korte afstanden het spoor een rendabele modaliteit betreft. Voorbeelden hiervan zijn de intermodale diensten vanaf de Rotterdamse haven naar inland terminals als Moerdijk, Tilburg, Venlo etc. Een extremer voorbeeld betreft de afvaltrein tussen Haarlem en Amsterdam op een afstand van nog geen 10 kilometer. Hieraan liggen uiteraard meer factoren ten grondslag dan alleen een optimale inzetbaarheid van de middelen. Denk bijvoorbeeld aan de congestie rond de ringweg van Amsterdam en de daarmee samenhangende vertraging en milieubelasting.   

Zeer geschikt voor zware lading

Populaire producten die per spoor worden vervoerd zijn enerzijds laagwaardige bulklading, zoals grondstoffen en anderzijds volumineuze meer hoogwaardige lading. Vooral zware lading is zeer geschikt om per spoor te vervoeren. Daarbij valt te denken aan ijzererts voor de staalindustrie, het vervoer van kolen voor de electriciteitscentrales als ook het vervoer van staal voor de automobielindustrie. Daarnaast zijn er de agrarische producten zoals granen en soja. Ook natte bulk waaronder vloeibare chemische producten, LPG, alcohol en eetbare oliën worden frequent per spoor vervoerd.
Een andere belangrijke ontwikkeling is de zeer sterke groei in het intermodale verkeer van veelal lichtere industriële en consumentenproducten. Tussen 1995 en 2006 is het aandeel intermodaal toegenomen met 10 miljoen ton. Het voordeel van intermodaal vervoer is dat in veel Europese landen een hogere tonnage is toegestaan over de weg ten opzichte van het gebruikelijke wegvervoer. 

Personele bezetting

Een voordeel dat snel over het hoofd wordt gezien is de personele bezetting. Los gezien van het feit dat er een sterk tekort dreigt aan vrachtwagenchauffeurs moet rekening worden gehouden met het feit dat een trein qua capaciteit vergelijkbaar is met circa 40 vrachtwagens. Het behoeft geen betoog dat het spoor hierin dus veel voordeel biedt. Te meer wanneer het gaat om middellange afstanden als Italië, Polen of Oostenrijk, waarbij dikwijls 2 chauffeurs worden ingezet.