Veilig

veilig betuweroute

Het Nederlandse spoorwegsysteem is één van de veiligste ter wereld. Dat komt onder andere door het geïnstalleerde veiligheidssysteem ATB (automatische treinbeïnvloeding). In principe grijpt het ATB-systeem in als een machinist een sein negeert. Hierdoor wordt de trein automatisch tot stilstand gebracht. Het systeem is echter alleen actief vanaf een snelheid van 40 km/h. Hierdoor kan een machinist toch door rood rijden zonder dat het ATB-systeem ingrijpt. Mede vanwege deze nadelen is in de jaren negentig ATB Nieuwe Generatie ontwikkeld, dat deze nadelen niet kent.

Een Europese standaard, ERTMS

In de negentiger jaren is ook begonnen met de ontwikkeling van een Europese standaard voor het veiligheidssysteem op het spoor, het European Rail Traffic Management System (ERTMS). Met behulp van deze methode kunnen precies de positie, de afstand en de snelheid van de trein worden waargenomen. Het syteem zit in de rails gemonteerd en neemt alle bewegingen van het materieel waar. In Nederland is het geïmplementeerd in de Betuweroute en Hoge Snelheids Lijn Zuid.
Het voornaamste doel van ERTMS is het bevorderen van interoperabiliteit, zodat machinisten hun treinen met dezelfde locomotief veilig en optimaal over de landsgrenzen kunnen rijden. Belangrijk voordeel is tevens dat de capaciteit op het bestaande net groter wordt, omdat de treinen dichter op elkaar kunnen rijden.

Spoor zeer geschikt voor gevaarlijke stoffen

Op het gebied van veiligheid gaat binnen de spoorsector speciale aandacht uit naar het vervoer van gevaarlijke stoffen. De speciale zorg vertaalt zich in een zeer laag aantal ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Het spoorvervoer heeft historisch gezien een voorsprong ten opzichte van het wegvervoer als het gaat om de veiligheidsreputatie. Desondanks werken de railgoederenvervoerders permanent aan het verder verhogen van het veiligheidsniveau. Zij streven naar een gezamenlijke aanpak van infrabeheerders, vervoerders en overheid om de veiligheid op het spoor te verhogen. Een resultaat is de Veiligheidsagenda die door KNV Spoorgoederen en ProRail is opgesteld.

Geringe kans op diefstal

Het spoor blijkt een veilige modaliteit als het gaat om safety (onopzettelijk gevaar). Niet minder geldt dat ook met betrekking tot security (opzettelijk gevaar). Als het gaat om diefstal blijkt het spoor bijvoorbeeld minder kans te lopen op calamiteit dan het wegvervoer. Hiervoor zijn de volgende argumenten aan te wijzen.

  1. Een trein staat relatief minder frequent, maar vooral ook minder lang stil. Dit heeft te maken met de rij- en rusttijdenwetgeving in het wegtransport, waardoor chauffeurs met regelmaat pauzeren. In het railgoederenvervoer worden machinists echter door elkaar afgelost en rijdt de trein heel snel weer verder;
  2. De meeste spoortrajecten zijn vrijwel hermetisch afgesloten door hekwerk en geluidswallen. Denk bijvoorbeeld aan de Betuweroute. Op dit traject is bovendien nog eens sprake van ongelijkvloerse kruisingen;
  3. Een verharde weg direct naast het spoor ontbreekt meestal;
  4. Dikwijls sprake van meerdere sporen naast elkaar, zoals bij een emplacement. Als treinen voor een langere tussenpoos stoppen, dan is dat in de regel juist op een emplacement, zodat andere treinen zonder oponthoud kunnen passeren;
  5. Veel terminals en emplacementen zijn zeer streng beveiligd met behulp van camera's.