Kijfhoek klaar voor de Betuweroute

Zondag, 21 november 2004

Rangeerterrein Kijfhoek is zo goed als gereed voor de Betuweroute. De twee fly-overs worden eind november in gebruik genomen.
Met het in gebruik nemen eind november van twee fly-overs (een aan de zuidkant, een aan de noordkant) is rangeerterrein Kijfhoek zo goed als gereed voor de Betuweroute. Om de dagelijkse treinenloop op het rangeerterrein niet te verstoren, waren voor de bouw van de twee fly-overs wel de nodige technische hoogstandjes vereist.

Onder de rook van Barendrecht, op de grens van Zwijndrecht en Heerjansdam, ligt het 50 hectare metende Kijfhoek. Dit grootste rangeerterrein van Nederland vormt het scharnierpunt in het nationale goederenspoornet. Veel treinen (zoals bijvoorbeeld shuttle-treinen met containers) passeren Kijfhoek alleen maar. Te rangeren goederentreinen komen echter altijd het rangeerterrein op. Die treinen worden hier ontkoppeld, weer samengesteld en vertrekken vervolgens in alle mogelijke richtingen. Met de oplevering van de twee 140 meter lange fly-overs is Kijfhoek nu zo goed als klaar voor de Betuweroute. Eerder al was het rangeersysteem drastisch vernieuwd, waren ingrijpende technische verfijningen aangebracht en was de bereikbaarheid van de aankomst- en vertreksporen vergroot. Kijfhoek heeft nu een maximale capaciteit van 120 treinen van elk gemiddeld 33 tot 34 wagons per dag.

Het hoofddoel van de nieuwe fly-overs is "treinen kruisingsvrij te laten in- en uittakken op de Betuweroute," legt contractmanager Jan Buis van de Projectorganisatie Betuweroute uit. "Het Vorkviaduct aan de zuidkant van Kijfhoek geeft te rangeren treinen uit de richting Zevenaar ongehinderde toegang tot de aankomstsporen. Door de gevorkte vorm kunnen treinen om en om die sporen bereiken. Zonder dat het verstorend werkt voor het zogenaamde 'heuvelen', het deels met behulp van de zwaartekracht geautomatiseerd rangeren van treinen. Aan de andere kant van het rangeerterrein zorgt de noordelijke fly-over dat treinen van en naar Rotterdam ongehinderd op de doorgaande sporen van de Betuweroute in- en uittakken."

"Dat die fly-overs nu al gereed zijn biedt onmiddelijk voordelen," zegt projectleider techniek Mick Lenssen. "Omdat we in een operationeel bedrijf moesten bouwen, waren zogeheten buitendienststellingen af en toe namelijk onvermijdelijk. We hebben het aantal, de duur en de hinder ervan voor de vervoerders tot een minimum kunnen beperken. Dat was een hele organisatie, maar behoort inmiddels tot het verleden. Een ander voordeel is dat zowel de railverkeersleiding als de vervoerders nu geruime tijd de gelegenheid hebben om te wennen aan de nieuwe lay-out en werkwijzen. Daardoor kunnen we, als vanaf 2007 de Betuweroute in gebruik komt, gesmeerd aan de slag. En doordat er dankzij de fly-overs geen gelijkvloerse kruisingen meer zijn, is ook de veiligheid er direct bij gebaat."

Hoogstandjes
"Nu de fly-overs er staan, zie je er niet meer aan af wat voor technische hoogstandjes nodig waren. Dat is het treurige lot van de techneut," zegt Buis lachend en hij wijst naar hoofd technisch toezicht Gerrit van Kekem. Van Kekem legt uit dat de fly-overs zo laag mogelijk over het onderlliggende spoor gaan. Dat scheelt namelijk in de lengte van de toerittenen in de energie die nodig is om de treinen bij de fly-overs omhoog te krijgen. Tijdens de bouw van de viaducten mocht de treinenloop echter niet worden verstoord door een te laag hangende bekisting voor het te storten beton. Het probleem is opgelost door de fly-overs hoger te bouwen, om ze vervolgens na de uitharding van het beton op hun plek te laten zakken. De treinen reden ondertussen gewoon door. "De bodem van de fly-overs is slechts 50 centimeter dik," vertelt Van Kekem. "Door de fly-over in een trogvorm te bouwen - met dikke zijwanden - hebben we de krachten die erop komen te staan naar opzij kunnen afwentelen. Alleen bij het Vorkviaduct is de trog ter hoogte van de wissel breder. Omwille van de stevigheid hebben we hier een dikkere vloer moeten maken."

Het werk bij Kijfhoek zit er zo goed als op voor de techneuten en de bouwers. Hun kunstwerken liggen er voor de eeuwigheid. Buis: "Het blijft een hele gebeurtenis als de eerste treinen erover rijden. Spannend? Nee, echt spannend is het niet. Maar ik ben wel heel benieuwd."