Stel uw vraag
Geplaatst op 28-08-2009

'Veel werk voor nieuwe KNV-deelmarkt'

Vrijwel alle logistiek dienstverleners denken tegenwoordig multimodaal. Dat geldt ook voor de leden van KNV. Een van de redenen dat we spoorvervoer willen promoten is de duurzaamheid ervan. De verwachting is dat het vervoersvolume over het spoor in de twaalf jaar tot 2020 grofweg zal verdubbelen tot 90 miljoen ton. De vraag nu is hoe we dat allemaal op het net krijgen weggezet. Daarbij komt nog de vraag hoe je die lading in treinen gaat zetten en hoe je die treinen over het spoor gaat geleiden.

De belemmeringen die er eventueel zijn om van de ene vervoerswijze over te stappen op de volgende, moeten worden weggenomen. Er zijn fysieke beperkingen, maar je kunt ook denken aan de informatiestromen. Daaraan zal de deelmarkt zeker gaan werken.

Eind vorig jaar is het Programma Hoogfrequent Spoor gestart. Wij zijn minister Eurlings zeer erkentelijk voor het belang dat hij hecht aan het spoorvervoer, wat onder meer blijkt uit de financiering van 4,5 miljard euro die ervoor beschikbaar is gesteld. De minister wil toe naar zes intercitytreinen per uur plus een aantal stoptreinen. Dat is mooi, maar van groot belang is ook de vraag hoe het benodigde aantal goederentreinen over het spoor kunnen. Het is van nationaal belang dat de aansluitingen van de Nederlandse havens op het Europese netwerk worden versterkt.

Er wordt van onze kant, Prorail, de NS en het ministerie hard gewerkt om de aanspraken op de netwerkcapaciteit met elkaar te combineren. Dat betekent veel overleg. Alle operators die in Nederland met treinen rijden hebben zich intussen bij KNV aangesloten. Ze zien dat het in ieders belang is om zaken met elkaar goed te regelen.

Wij zien als grootste knelpunt de aansluitingen van het Nederlandse net op het Europese. Dan denken we aan de koppeling van de Betuwelijn en de verbindingen richting Antwerpen en Berlijn/Warschau. Dat sluit ook goed aan bij de Europese ontwikkelingen. KNV heeft een beetje meegeholpen om de drie Europese freight corridors richting Nederland op de kaart te krijgen. Die ene richting Milaan en Genua hadden we al. Die heeft als voorbeeld gediend. Maar nu komt de corridor richting Parijs erbij en die richting Oost-Europa.

Wij zien die corridors als bepalend voor het succes van het Nederlandse spoor, want het merendeel van onze lading is internationaal. Je kunt binnen Nederland wel heel erg je best doen, maar als het Nederlandse net niet goed is aangesloten op het Europese net, dan heb je een probleem.

In het bestuur van de vereniging zijn vier categorieën leden vertegenwoordigd, onderverdeeld naar omvang. Naast DB Schenker als grote operator zijn dat de middelgrote operators ACTS, Rail4chem en ERS. En daarnaast de operators die onder de 300.000 treinkilometers zitten plus een aantal vervoerders die vanuit hun aannemersachtergrond spoorvervoer doen. Vanuit elk van die vier categorieën komt er een bestuurslid. Voorzitter van de nieuwe deelmarkt, die de vorm van een vereniging heeft, is Paul van Lede, onder meer oud-voorzitter van Rail Cargo en van NDL.’

Ad Toet

Directeur Koninklijk Nederlands Vervoer

Ad Toet, directeur Koninklijk Nederlands Vervoer