Stel uw vraag
Geplaatst op 21-11-2004

Akkoord over emplacement Venlo

Vanaf 2007 rangeren er beduidend minder treinen met gevaarlijke stoffen op het spooremplacement van Venlo, waardoor het emplacement binnen de veiligheidsnormen blijft. Mocht na juli 2007 blijken dat de veiligheidssituatie nog niet is verbeterd, dan maakt Verkeer en Waterstaat een plan om het emplacement buiten de stad te leggen. Dit is vastgelegd in een akkoord dat op 18 november is ondertekend door de loco-burgemeester van Venlo en de ministers van Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.
<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />


Daarnaast draagt het rijk 13 miljoen euro bij aan de stedelijke ontwikkeling rondom het spoor. Het rangeren van treinen met gevaarlijke stoffen blijkt vanaf 2007 aanzienlijk te verminderen omdat het merendeel van deze treinen via de Betuweroute naar Duitsland zullen gaan. Er blijven treinen die in Venlo moeten rangeren. Treinen uit het westen van Nederland, kunnen nog worden voorzien van een locomotief.

Hieronder treft u de volledige tekst van het akkoord:



1.

ProRail heeft - in overleg met V&W, VROM en de spoorvervoerders - een vergunningaanvraag voor het spooremplacement Venlo opgesteld die ertoe zal moeten leiden dat vanaf 2007 de handelingen op het spooremplacement Venlo binnen de externe veiligheidsnormen blijven. ProRail heeft die vergunningaanvraag op 28 mei 2004 ingediend bij de gemeente Venlo. De gezamenlijke spoorvervoerders, verenigd in de Belangenvereniging Rail Goederenvervoerders (BRG) hebben bij brief van 7 juni 2004 aan B&W van

Venlo bericht dat zij instemmen met de vergunningaanvraag.

Het College van Burgemeester en Wethouders heeft inmiddels de eerder verstrekte gedoogbeschikking verlengd tot 1 juli 2005. De gemeente Venlo zal de vergunningaanvraag binnen een redelijke termijn behandelen.

 

2.

De minister van V&W en de minister van VROM ondersteunen de vergunningaanvraag van ProRail volledig, en zullen in verband daarmee alles doen dan wel nalaten om de realisatie van de nagestreefde externe veiligheidssituatie te bevorderen en zeker te stellen. 

 

3.

3a.       De ministeries van VROM en V&W zijn bereid om gezamenlijk te investeren in de ontwikkeling van het stedelijk gebied van Venlo op en in de omgeving van het emplacement. Hierbij wordt gedoeld op: 

1.       Mogelijke herontwikkeling van delen van het emplacement die de komende jaren kunnen vrijkomen als gevolg van het afnemend gebruik.

2.       Stedelijke ontwikkelingen zoals die omschreven staan in het Meerjaren Ontwikkelings Programma (MOP) dat de gemeente Venlo heeft opgesteld in het kader van het
Grote Stedenbeleid. De in het MOP opgenomen afspraken en prestatie-eisen zijn van toepassing op dit Memorandum.

Het ministerie van VROM draagt op basis van stedelijke ontwikkelingsplannen en financieringsvoorstellen van de gemeente Venlo een bedrag van maximaal € 9 mio bij, het ministerie van V&W draagt maximaal € 4 mio bij. De bijdrage van V&W wordt ter beschikking gesteld via het ministerie van VROM, zodat per saldo maximaal € 13 mio beschikbaar komt voor stedelijke ontwikkelingsplannen van Venlo.


3b.       Hiertoe zal de gemeente Venlo zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
1 september 2005, een door de gemeenteraad vastgesteld stedelijk plan en de daarbij behorende grondexploitatie indienen bij het ministerie van VROM. De gevraagde gegevens dienen te voldoen aan de voorwaarden die het Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit hieraan stelt. Eventueel door externe partijen gemaakte voorbereidings- en plankosten kunnen in overleg met het ministerie van VROM ten laste komen van de bovengenoemde bijdrage. De definitieve beschikking wordt verleend op basis van deze plannen en voorstellen. In deze beschikking staan de definitieve voorwaarden waaronder de bijdrage wordt verleend voor indiening en verantwoording opgenomen. De financiële bijdrage wordt niet geïndexeerd en wordt uitbetaald conform een nader vast te stellen kasritme.

De inzet van VROM middelen is eenmalig. Indien op enig moment toch tot uitplaatsing van het spooremplacement wordt overgegaan, zijn hiervoor geen VROM middelen gereserveerd of beschikbaar. De VROM-bijdrage van maximaal € 9 mio wordt beschikbaar gesteld in aanvulling op het bedrag van € 8,906 mio dat voor Venlo is gereserveerd in het kader van de Uitwerking van het stelsel Grotestedenbeleid 2005-2009 (GSB III) “Samenwerken aan de Krachtige Stad”, en zal niet en ook niet ten dele ten laste van het laatstgenoemde budget worden gebracht. 

 

4.

In juli 2007 zullen de bewindslieden van V&W en VROM samen met B&W van Venlo de externe veiligheidssituatie rondom het rangeeremplacement evalueren. Indien daaruit blijkt dat de in de vergunning opgenomen normen niet zijn gerealiseerd, wordt door de Minister van V&W aan de Tweede Kamer het voorstel tot zo spoedig mogelijke uitplaatsing van het emplacement gedaan.

 

5.

Dit memorandum is geldig tot aan alle afspraken is voldaan. Indien één van de partijen de afspraken niet nakomt, kan dit memorandum door elk van de andere overige partijen opgezegd worden.